LADEN

Typ om te zoeken

Beursbegrippen O

Begrippen

Beursbegrippen O

Heeft u al een abonnement op de Beursbox.nl Nieuwsbrief?
Schrijf hier in. Het is gratis!

Beurs Begrippenlijst. (Deze lijst wordt steeds verder aangevuld, uw aanvullingen zijn welkom)
Ik claim ook niet dat de lijst compleet is of alle begrippen op de best mogelijke manier beschreven zijn. Verbeteringen zijn ook zeer welkom.

Obligaties Een schuldbekentenis van een bedrijf of overheidsinstelling. Koopt u een obligatie, dan verstrekt u in feite een lening. Als vergoeding daarvoor ontvangt u rente. Aan het eind van de looptijd krijgt u de nominale waarde van de obligatie terugbetaald.
Obligaties worden verhandeld op de effectenbeurs. Stijgt de rente, dan dalen de obligatiekoersen. Daalt de rente, dan stijgen de obligatiekoersen.
OESO De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) bestaat uit 30 lidstaten die gecommitteerd zijn aan een democratische regeringsvorm en aan de markteconomie. Deze lidstaten – ook OESO-landen genoemd – vertegenwoordigen de belangrijkste ontwikkelde landen in de wereld.
Omgekeerde repo-overeenkomst De aankoop van effecten met de verplichting die effecten op een vastgestelde datum tegen een hogere prijs weer te verkopen.
Onderhandse lening Lening tussen twee partijen (geldnemer en geldgever), tot stand gebracht door een beëdigd makelaar en afgesloten via de kapitaalmarkt.
Openings veiling Alle orders die ‘s morgens voor de opening zijn binnengekomen worden verzameld in het orderboek. Bij de opening is dus een verhoudingsgewijs grote liquiditeit voorhanden. Direct bij de opening vindt een veiling plaats waarbij orders daar waar mogelijk worden gekoppeld aan de in het orderboek aanwezige tegenorders en zo mogelijk uitgevoerd. Dit gebeurt in het NSC-systeem, het verloopt volgens vaste regels en is volledig geautomatiseerd. Naast openingsveilingen kent men op de Amsterdamse beurs ook de veiling in lokale fondsen en de slotveiling.
Open Interest Openstaande opties series die voor de expiratie nog afgewikkeld moeten worden. Hieruit is af en toe goed te halen in welke richting de professionele partijen de beurs graag willen zien. Met het toenemende aantal soorten derivaten is de invloed van de Optie Open Interest flink afgenomen.

Kijk hier voor meer informatie over Open Interest.

Open koop Het kopen van een call- of putoptie waardoor een nieuwe longpositie ontstaat met een recht (openingstransactie).
Open verkoop Het verkopen van opties die de belegger niet in zijn bezit heeft (schrijven), waardoor een short positie en een verplichting ontstaat (openingstransactie).
Operating leverage Verschil tussen de baten- en kostengroei.
Operationele lease Een overeenkomst die het gebruik van een goed toelaat tegen periodieke betalingen, maar geen overdracht inhoudt van een eigendomstitel. Het financiële risico blijft bij de schuldeiser of leasinggever.
Operationele marge Het bedrijfsresultaat gedeeld door de netto verdiende premies. Het bedrijfsresultaat is de winst of het verlies uit alle activiteiten, inclusief het technisch en beleggingsresultaat.
Opslag Bij de berekening van de vermogenskostenvoet worden opslagen gebruikt om een specifiek component van risico te calculeren.
Optie Recht, maar niet de verplichting, om gedurende een vastgestelde termijn een gestandaardiseerde hoeveelheid van de onderliggende waarde (bijvoorbeeld aandelen, obligaties, edelmetaal, etc.) tegen een overeengekomen prijs (uitoefenprijs) te kopen (calloptie) dan wel te verkopen (putoptie).
Hier treft u een gratis optiecursus aan.
Outperformer Een fonds dat het beter doet dan het gemiddelde (de index).
Outsourcing Uitbesteding: het inhuren van een dienstverlener voor het uitvoeren van taken die bedrijfsintern worden/werden verricht, bij voorkeur wanneer gespecialiseerde dienstverleners op efficiëntere wijze dezelfde of betere service kunnen bieden dan de onderneming zelf.
Overlopende acquisitie kosten Kosten van het verwerven van nieuwe en hernieuwde verzekeringen, hoofdzakelijk commissies en uitgaven met betrekking tot underwriting, tussenpersonen en de uitgifte van nieuwe polissen. Deze kosten variëren en houden hoofdzakelijk verband met het aangaan van nieuwe contracten.
Overweight Een term die vooral bankanalisten gebruiken om aan te geven dat u iets meer aandelen in een bepaalde positie kunt aanhouden. Vooral voor indexbeleggers belangrijk. Zou bijvoorbeeld RDS 10% van de gevolgde index uitmaken, dan zou de belegger meer dan die 10% in RDS moeten aanhouden.
Vorig artikel
Volgend artikel

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichten velden zijn gemarkeerd met *