LADEN

Typ om te zoeken

Voorspelbaar en niet acceptabel

Laatste Nieuws

Voorspelbaar en niet acceptabel

Zolang de gebruikelijke geruisloze neerwaartse bijstelling van de cijfers nog niet heeft plaatsgevonden is er sprake van een kleiner dan verwachte teruggang van de hoeveelheid arbeidsplaatsen in de VS. Die terugloop van de werkgelegenheid heeft, bij een dalende participatiegraad, dank zij geavanceerde en sociaal baanbrekende statistische technieken, kunnen leiden tot een wonderbaarlijke daling van het officieel gecommuniceerde werkloosheidspercentage.

Het lijkt, bij het bij het door dit soort berichtgeving oplevend optimisme, nuttig na te gaan in hoeverre een belangrijke randvoorwaarde voor een verdieping van de crisis is verdwenen. Of anders gesteld: heeft de economische rampspoed sanerend gewerkt en is daardoor de financiële sector gezonder en makkelijker te controleren geworden.

De mate waarin problemen met een omvallende bank kunnen worden afgewikkeld binnen door vrije markten geboden kaders hangt onder andere samen met de omvang van die bank. Na de val van Lehman Brothers was er t.a.v. een aantal financiële instellingen sprake van het "too big to fail" fenomeen. De omvang van sommige banken is, gemeten aan het Bruto Nationaal Product (BNP) van het land van vestiging, volgens sommigen soms zo groot dat omvallen van een dergelijke bank niet te verantwoorden risico’s met zich meebrengt. De markt kan dan haar reinigend werk niet doen.

Hoewel dat gezien de oorsprong van de recente monetaire ellende merkwaardig mag lijken, moet toch gesteld worden dat het "too big to fail" probleem in Europa urgenter is dan in de VS. In Amerika beloopt het gezamenlijke balanstotaal van de vijf grootste banken (Bank of America, JPMorgan Chase, Citigroup, Wells Fargo, en Goldman Sachs). $ 8300 mld. Dat is ca 60% van de waarde van het BNP van de VS. In vergelijking met Europa zijn deze cijfers minder alarmerend dan ze lijken. Toch wordt in de VS een gedwongen splitsing van grote banken overwogen. Ook de positie van de FED ligt na de bellenblazerij van de laatste decennia onder vuur. De grote financiële instellingen (en vanzelfsprekend ook de republikeinen) fulmineren daar heftig tegen. Het in de VS zeer grote probleem van de oncontroleerbare derivatenhandel is tot op heden niet prominent aanwezig op de politieke agenda.

In Europa is het probleem van een andere orde. Daar is sprake van kleine en middelgrote nationale eenheden. De centrale (Europese) overheid is nog niet krachtig genoeg om de rol van de nationale overheden integraal over te nemen. Er is dus in Europa veel sneller sprake van een gevaarlijke omvang als het om banken gaat. In een publicatie (2 dec. 2009) van Bloomberg  worden een aantal onthullende feiten op een rij gezet.

–    Vijftien Europese banken hebben nu een balanstotaal dat groter is dan het BNP van het land van vestiging. In 2007 was dat het geval bij tien banken.
–    Meer dan 350 Europese banken hebben het balanstotaal na 2007 zien groeien. De balanstotalen groeiden sneller dan in de VS (25% vs 20%).
–    Van de honderd grootste financials heeft 38%  meer assets dan in 2007.
–    Enkele specifieke voorbeelden van bancaire expansie zijn:

"    BNP Paribas heeft vanaf begin 2007 een balansgroei van 59%, tot € 2290 mld., gerealiseerd. Dat is 117% van het Franse BNP. BNP Paribas is, evenals de andere grote Franse banken, door de Franse overheid gesteund met garanties op obligatieleningen.
"    Barclays, voorheen de beoogde overnemer van ABN-AMRO, zag in dezelfde periode het balanstotaal met 55% toenemen. Het bedraagt nu € 2600 mld., of 108% van het Britse BNP.
"    Banco Santander boekte, ondanks de slechte Spaanse markt, 30% balansgroei tot € 1080 mld. Dat bedrag komt nagenoeg overeen met het Spaanse BNP.
"    HSBC Holdings, Barclays, RBS, Lloyds and Standard Chartered hebben bij elkaar opgeteld £ 6100 mld aan balanstotaal, dat komt overeen met 400% van het Britse BNP.

De risico’s die, voor een niet omvangrijke economie,  verbonden zijn aan te grote banken worden op droeve wijze zichtbaar gemaakt door IJsland en Ierland. IJsland zit vast aan een langdurige afbetalingsregeling, de economie krimpt en het  eigen vermogen van de bevolking (de aandelenmarkt daalde na het feitelijk faillissement van IJsland met 98%) is gemarginaliseerd.
In Ierland worden ambtenaren massaal ontslagen. Het nationaal inkomen daalt sterk. In de collectieve voorzieningen (onderwijs, zorg, sociale zekerheid e.d) vindt kaalslag plaats. Ondanks de maatregelen zijn de tekorten uitzichtloos. Met dat laatste hebben op dit moment meer landen te kampen.

Door Europese overheden is sinds 2007 aan overlevingssteun € 5300 mld aan de banken gegeven. De "geheime" Engelse hulp aan RBS en HBOS ten bedrage van ca € 68 mld in 2009 is hierin niet meegeteld. Belangstellend wordt uitgezien naar de wijze waarop de Europese commissie na het knippen en scheren van "regulier geholpen" banken zal omgaan met  deze "geheime hulp" van de Bank of England.

De kosten van het "too big to fail" fenomeen zijn, zoveel is duidelijk, aanzienlijk gebleken. Zozeer zelfs dat verwacht mag worden dat veel Europese landen hun economisch hulpkruit nu al hebben verschoten. De getoonde slagvaardigheid heeft diepe sporen nagelaten in de overheidsbegrotingen.
Steeds meer Europese landen krijgen financieringsproblemen. In een aantal gevallen is de relatie met de "redding" van banken evident.  De zo geroemde daadkracht zou, bij een volgende reeks tegenvallers, gezien de nu al bestaande problemen, wel eens als hybris de geschiedenis in kunnen gaan.

Uit het voorgaande mag worden afgeleid dat het aantal te grote banken per saldo is gegroeid in plaats van gekrompen. Ook de scheefgroei is verder toegenomen. Ironisch genoeg kan deze bedenkelijke ontwikkeling voor een niet onbelangrijk deel worden toegeschreven aan het door de Europese Commissie gevoerde, op bestrijding van concurrentievervalsing gebaseerde, mededingingsbeleid. Ten einde eerlijke verhoudingen te bevorderen heeft de verantwoordelijke commissaris zich onvermurwbaar getoond als het ging om de verplichting van "geholpen" banken delen van hun activiteiten te verkopen. Door de openbaarheid van de gestelde eisen en de tijdsdruk die door de commissie werd gezet op inwilliging daarvan, hadden de verkopende banken bovendien een onnodig slechte onderhandelingspositie. Banken die met staatsgaranties bij het aantrekken van geld werden gesteund kregen deze behandeling niet van de EU. Europese banken die niet aan een overheidsinfuus lagen konden tegen zeer gunstige voorwaarden leuke koopjes halen bij de door nationale overheden geholpen, doch door de commissaris mededinging getroffen, banken.

BNP Paribas, Barclays, Société Générale, Deutsche Bank, Credit Suisse, Banco Bilbao Vizcaya Argentaria, UniCredit en Banco Santander waren (ondanks staatsgaranties voor sommigen) naast enkele andere banken de bevoorrechte groeiers. Ze waren al te groot en ze zijn nu dank zij verzwakte concurrenten of door hen toegeworpen vette happen en zeker door goedkoop geld van de ECB groter dan voor de crisis.

De geneigdheid van grote banken zich op te splitsen in kleiner entiteiten neemt inmiddels snel af. Ook op het niveau van de nationale staten wordt de waarde van grote banken al weer positiever beoordeeld. De rooskleurige economische berichtgeving doet de gedachte postvatten dat het gevaar van een armageddon voorbij is. Voor het ontstaan van een "sense of Urgency" is dat niet bevorderlijk. Enkele van de overwegingen die de groeiende oppositie tegen banksplitsingen naar voren brengt zijn hieronder, zonder verder commentaar, weergegeven.

–    Het gaat bij de beoordeling van de maatschappelijke gevaren van grote banken niet primair om grootte maar om het risico van de activiteiten. Dat laatste hangt vooral samen met het gehanteerde businessmodel. Een zakenbank is volgens deze opvatting riskanter dan een retailbank.
–    Complexiteit van moderne banken maakt het moeilijk het werkelijk gelopen risico op een steekhoudende wijze te bepalen. De relatie met de omvang van een bank is minder evident dan sceptici doen voorkomen.
–    De kwaliteit van de leningen is belangrijk en bepalend voor de dreiging van een bank voor haar omgeving.
–    Van de 100 grootste Europese banken hebben er 18 meer deposito’s en spaartegoeden dan leningen, niet alle grote banken zijn dus gevaarlijk omdat ze groot zijn.
–    Grote banken zijn nodig voor grote projecten en als tegenwicht voor grote bedrijven. In een wereld waarin de bedrijven steeds groter worden zijn alleen gelijkwaardige banken in staat overnames, investeringen en projecten adequaat te begeleiden. In stukken hakken van grote banken kan in deze visie tot groeivertraging leiden.

De voortgaande concentratie in de financiële sector is niet gestopt laat staan gekeerd. De feiten spreken voor zichzelf. De kans dat een volgende keer wederom een "too big to fail" bank problemen krijgt is niet kleiner maar groter geworden. Gezien de te verwachten gevolgen is een kans van meer dan nul procent niet acceptabel. De eerste ronde steunmaatregelen heeft immers de financiële mogelijkheden tot ingrijpen tijdens een tweede ronde vergaand beperkt.

Gelukkig kan er, als het voorspelbare zich voordoet, daarna met innovatieve "self-fulfilling" statistische technieken beleid worden gevoerd.

www.invest4you.nl

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichten velden zijn gemarkeerd met *