Home Beleggers NieuwsGreenspan (100): de man die crises blustte met brandstof (Harm van Wijk)

Greenspan (100): de man die crises blustte met brandstof (Harm van Wijk)

by Tom Lassing
Alan Greenspan is overleden, de maestro is niet meer

De maestro is dood

Alan Greenspan overleed deze week op honderdjarige leeftijd. Vijfentwintig jaar lang was hij de machtigste centrale bankier ter wereld — de man die met één zin markten kon laten stijgen of dalen, die door Time Magazine op de cover werd gezet naast Rubin en Summers als ‘het comité dat de wereld redt’. De Maestro, noemden ze hem. Alsof geldbeleid een kunstvorm was, en hij de enige die het beheerste.

Maar erfenissen zijn zelden wat ze tijdens het leven lijken. Greenspan verliet de Fed in 2006 als held. Twee jaar later stortte het mondiale financiële systeem in onder het gewicht van precies de bubbel die hij had gevoed. Goedkoop geld, jarenlang. Lage rente na de dotcom-crash. Nog lagere rente na 9/11. Elke crisis weggepoetst met nieuw goedkoop geld, als een loodgieter die een lekkende kraan dichtplakt met tape — de druk bouwt op, ergens anders, totdat het systeem het begeeft.

Dat is de echte erfenis van Greenspan. Niet de stabiliteit van de jaren negentig, maar de methodiek die die stabiliteit mogelijk maakte: crises dempen met liquiditeit, bubbels negeren zolang de inflatie laag lijkt, en de rekening doorschuiven naar een volgende generatie beleidsmakers. Die rekening werd gepresenteerd in 2008. En de vraag die nu, in 2026, urgent is: wordt dezelfde fout opnieuw gemaakt?
Hoe je een crisis blustte en de volgende zaaide

Het mechanisme is simpeler dan economen het graag voorstellen. Na de dotcom-crash van 2000 verlaagde Greenspan de rente naar één procent. Historisch laag op dat moment. Geld lenen werd spotgoedkoop, en dat goedkope geld moest ergens naartoe. Het stroomde naar huizen. Hypotheekbanken versoepelden hun eisen, want stijgende huizenprijzen maakten elke lening veilig — althans, zo leek het. Complexe financiële producten verpakten die risico’s en verkochten ze door aan pensioenfondsen, banken en verzekeraars wereldwijd.

Greenspan wist dit. Hij was niet naïef. In 1996 sprak hij zelf over ‘irrational exuberance’ op de aandelenmarkt, een waarschuwing die hij daarna nooit meer serieus herhaalde. Zijn ideologische overtuiging — dat markten zichzelf corrigeren, dat regulering meer schade aanricht dan ze voorkomt — weerhield hem ervan in te grijpen. Hij vertrouwde erop dat banken hun eigen risico’s zouden bewaken. In 2008 gaf hij toe, voor het Congres, dat hij een ‘fout in zijn model’ had gevonden. Een zin die de geschiedenis inging als understatement van de eeuw.

De les is niet dat Greenspan een slechte mens was. De les is dat een systeem waarbij één persoon met zijn rentebeleid de wereldeconomie kan opblazen of laten leeglopen, structureel kwetsbaar is. Niet omdat de persoon faalt, maar omdat het systeem te veel macht concentreert op één plek, gestuurd door één ideologie, zonder voldoende tegenwicht.
En nu kijken we naar Powell — en zijn opvolger

De reden dat Greenspans overlijden meer is dan een historische voetnoot, is wat er op dit moment in Washington gebeurt. De Fed staat onder druk. Trump wil lagere rentes.

Tegelijkertijd staat de inflatie in de Verenigde Staten boven de vier procent. De Fed zit klem tussen een economie die afkoelt en een president die goedkoop geld wil om groei te stimuleren — precies de situatie die Greenspan kende. De verleiding om de rente te verlagen terwijl inflatie nog niet verslagen is, is enorm. Zeker als de politieke druk van buiten de Fed toeneemt. En dat is precies de combinatie die in het verleden bubbels creëert: te vroeg versoepelen, te lang volhouden, en de gevolgen negeren zolang het goed lijkt te gaan.

Voor jou als belegger betekent dit dat de komende twee jaar cruciaal zijn. Niet omdat er zeker een crisis aankomt — dat weet niemand — maar omdat de omstandigheden structureel lijken op periodes die vooraf gingen aan grote correcties. Goedkoop geld dat terugkomt terwijl inflatie nog sluimert. Aandelenmarkten die hoog gewaardeerd zijn. En een centrale bank waarvan de onafhankelijkheid onder druk staat.
Wat Greenspan ons leert over beleggen in 2026

De praktische les uit Greenspans erfenis is er één over timing en bescheidenheid. Niemand — geen centrale bankier, geen analist, geen belegger — weet precies wanneer een bubbel knapt. Greenspan wist het niet in 2006. De meeste economen wisten het niet in 2007. Wat je wél kunt doen, is je portefeuille zo inrichten dat je niet afhankelijk bent van één scenario dat uitkomt.

Dat betekent in de praktijk: spreiding niet als slogan maar als structuur. Niet alleen over sectoren, maar over activaklassen die zich anders gedragen als goedkoop geld plotseling duurder wordt. Aandelen die dividend uitkeren en dat dividend al decennialang volhouden, ook in slechte tijden. Grondstoffen die profiteren van inflatie in plaats van er last van te hebben. En cash of kortlopende obligaties als buffer, zodat je niet gedwongen wordt te verkopen op het slechtste moment.

Greenspan geloofde dat markten zichzelf redden. Dat klopt — maar de tijdschaal waarop dat gebeurt, is niet de tijdschaal van jouw pensioen. Markten herstellen altijd. Maar of jij er nog in zit als ze dat doen, hangt af van de keuzes die je nu maakt. Dat is de les die honderd jaar Greenspan ons nalaat: systemen herstellen, mensen niet altijd. Zorg dat jij aan de goede kant staat als de rekening wordt gepresenteerd.

Wil je de basisprincipes van beleggen in een onzekere macro-omgeving stap voor stap doorlopen? 10 wetenschappelijk bewezen strategieën om je vermogen te laten groeien. 1 gratis live training: donderdag, 9:00 uur. Meld je hier aan

Greenspan geloofde in zelfcorrigerende markten. Jij hebt die luxe niet. Hoe houd jij je portefeuille bestand tegen beleid dat je niet kunt controleren?

You may also like

Leave a Comment