De oorlog in het Midden-Oosten dreigt steeds verder te escaleren. Door de aanhoudende aanvallen over en weer tussen Iran en de Verenigde Staten is de Straat van Hormuz opnieuw vrijwel onbruikbaar geworden. Nog maar weinig schepen durven de zeestraat te passeren.
Na een oproep van Iran zijn inmiddels ook de Houthi’s in Jemen weer begonnen met aanvallen op Saoudische schepen in de Rode Zee. Daarmee komt ook de alternatieve exportroute van Saudi-Arabië onder druk te staan. Het land beschikt over een pijpleiding die dwars door Saudi-Arabië loopt en waarmee dagelijks ongeveer zeven miljoen vaten olie via de Rode Zee kunnen worden uitgevoerd.
Nu ook deze zuidelijke route door de Houthi-aanvallen steeds risicovoller wordt, blijft voor Saudi-Arabië vooral de noordelijke exportroute over. De vraag roept zich op of de Houthi’s alleen Saoedische schapen blijven aanvallen, of heel de Rode Zee gaan blokkeren. Als dat laatste het geval is, dan zullen Europa en China ook militair in beeld gaan komen.
President Trump heeft aangekondigd nu ook de Houthi’s militair aan te pakken. Dat klinkt daadkrachtig, maar de mogelijkheden van de Verenigde Staten zijn niet onbeperkt. Natuurlijk kunnen zij, net als eerder in Iran, militaire infrastructuur bombarderen. Het structureel uitschakelen van de drones en raketten waarmee schepen worden aangevallen, blijkt echter een veel moeilijkere opgave.
Volgens mij laat deze ontwikkeling zien dat de traditionele militaire overmacht van de Verenigde Staten steeds minder vanzelfsprekend is. De VS vertrouwt nog altijd sterk op de manier van oorlog voeren die tijdens de Golfoorlogen succesvol was: eerst luchtoverwicht verkrijgen en vervolgens met zware bombardementen de tegenstander breken.
Die strategie werkte jarenlang goed tegen relatief zwakke tegenstanders. In het Midden-Oosten is echter goed gekeken naar de oorlog in Oekraïne, waar duidelijk is geworden hoe effectief grote aantallen relatief goedkope drones, kruisraketten en precisieraketten kunnen zijn.
Daardoor wordt het steeds moeilijker voor een militaire grootmacht om haar wil op te leggen met alleen een korte en intensieve bombardementscampagne.
De militaire machtsbalans lijkt langzaam te verschuiven naar landen die in staat zijn om grote aantallen drones, raketten en kruisraketten te produceren en deze buiten het bereik van de tegenstander te houden.
Middelgrote mogendheden als Iran, Oekraïne, Frankrijk, Brazilië, Duitsland, Canada, Indonesië, Australië en Vietnam zouden, als zij daarvoor kiezen, op dit terrein een aanzienlijke militaire capaciteit kunnen opbouwen. Iran en Oekraïne hebben in ieder geval laten zien dat ook landen buiten de traditionele militaire grootmachten langdurig weerstand kunnen bieden aan een veel sterkere tegenstander.