China is zichzelf economisch gezien opnieuw aan het uitvinden. Een proces dat wij in het verleden ook doorliepen. China is van de fabriek van de wereld nu aan het veranderen in een consumentenmarkt zoals we die ook in Europa kennen.
De arbeiders hebben hard gewerkt en ondanks de hongerlonen hebben ze kunnen sparen dankzij het feit dat ze geen mogelijkheid hadden het geld wat ze verdienden uit te geven.
Cent voor cent is er dus een klein vermogen opgebouwd en men wil die spaartegoeden nu uitgeven op de dagen die ze nu extra vrij krijgen.
Van een zes en een half daagse werkweek gaat het nu voorzichtig naar een zes of soms zelfs al een vijf en een half daagse werkweek. In hun vrije tijd willen ze genieten van muziek, lekker eten en drinken en ze willen mooie kleren en soms ook een auto om eens ergens te kunnen komen.
China kan haast niet anders dan met deze ontwikkeling meegaan, want als de bevolking niet iets gaat krijgen om naar uit te kijken, dan worden ze ontevreden en komen ze in opstand.
We hebben hetzelfde patroon gezien in Europa. In de jaren vijftig liep iedereen in de pas. Eind jaren zestig liep het dusdanig uit de hand dat het weinig gescheeld had of verschillende landen in West Europa waren vervallen tot landen met blijvend actieve terroristische cellen die de machthebbers naar het leven bleven staan.
Door toen snel de consumentenmarkt te laten ontstaan, kon de meute tevreden gemaakt worden. De jeugd werd voor de TV gezet en iedereen werd weer kalm gekregen door mooie spullen en betaalbaar voedsel. Het werkt tot op de dag van vandaag in Europa. China zal hetzelfde patroon willen doorlopen om te voorkomen dat de meute straks de machthebbers willen wippen.
Goed nieuws voor bedrijven die in China de juiste spullen voor die transitie verkopen. Denk aan (fast) food, suikerproducten, vleesproducten, gadgets, muziek. Dat gaat het allemaal fantastisch doen de komende jaren.
Dank aan BeursAccent voor deze bijdrage.