Vorige week schreef ik al over het feit dat de boeren bedrijven failliet gaan en ze nog altijd bijna allemaal doorgaan met wat ze al zo lang deden. Kortom, het loopt stuk.
Ik kreeg een reactie dat boeren hun product goedkoper moeten maken bij rechtstreekse verkoop. Consumenten komen dan wel naar de boerderij. Leuk idee, maar ik hoop dat de boer het slimmer aanpakt.
Verkopen per bulk aan inkopers van de supermarkten is veruit het goedkoopste voor de boer. Het nadeel is de lage prijs die de supermarkten geven. Je maakt je als boer volkomen afhankelijk van de supermarkt.
Ga je ‘los’ op de boerderij verkopen, dan moet je er iemand voor hebben rondlopen en je moet klanten naar je boerderij zien te krijgen.
Mijn advies aan boeren is om die weg niet te belopen. Alleen als je heel gunstig gelegen bent kan dit interessant zijn. Dit geldt voor de meeste boerderijen dus pertinent niet.
Wat dan wel?
Ten eerste raad ik aan om apart een product te maken voor de lokale markt. Immers voor hetzelfde gaan ze wel naar de supermarkt alwaar de prijs het laagst is.
Maar ook raad ik aan om dat aparte en kwalitatief superieure product aan te bieden via een streekwinkel concept alwaar meerdere boeren hun producten kunnen leveren. Zo bundel je de krachten. Er is dan maar één locatie alwaar consumenten direct meer producten uit de streek kunnen afnemen. De consument gaat niet iedere week een rondje langs de boerderijen maken. Je maakt dan echt een vuist tegen de supermarkt, omdat je dan de klanten ook beter bereikt.
Als consument moet je je realiseren dat die streekwinkel niet goedkoper kan zijn dan de vreselijk efficiënte supermarkten. Die knijpen de boeren uit tot op het bot en kunnen vanwege het volume dat ze omzetten met de prijs stunten en dan nóg winst maken.
Op prijs kan je dus niet concurreren, maar doe dat dan wel op kwaliteit en op merk. Het streekmerk is hoe dan ook al sterk, maar als je dat ook echt waarmaakt met altijd een hoge kwaliteit aan producten, dan kan je de concurrentie aan.
Tag: