Net onder Luxemburg en de Belgische Ardennen. Leuke streek, maar de dorpen zijn er doods en grijs.
Niemand die je buiten treft, behalve dan in de steden, maar ook daar relatief weinig lokaal volk op straat.
Ik wilde vooral de slagvelden en forten rond Verdun bezoeken. Een onderwijzeres die ik als 9-jarige in 1974 had, was indertijd ook naar Verdun gegaan. Dat was toen de hoogtijd van de herdenkingen met heel veel bezoekers. Dat was tussen de 50 en 60 jaar nadien. Toen waren de veteranen op leeftijd. Nu is het 110 jaar nadien.
Zelfs de kleinkinderen van wie daar vochten zijn nu al bijna allemaal overleden of zo slecht ter been dat ze niet meer kunnen komen. Ik ben op plekken geweest waar ik letterlijk de enige bezoeker was. Hoogseizoen noemen ze dat.
Enorme parkeerterreinen, en dan staan er nu vier auto’s.
Alleen de echt grote en bekende plekken trekken nog wel wat bezoek. Fort Douaumont bijvoorbeeld. Het museum in de buurt is ook nog aardig bezocht. Fort Vaux is al minder, maar in mijn ogen ook een bezoek waard. Verdun zelf is ook nog altijd een publiekstrekker, zeker het indrukwekkend hoge Citadel, maar de meeste bezoekers blijven een nacht, soms twee.
Ik ben ook illegaal naar wat onbekende en niet openbaar te bezoeken forten gelopen. Die liggen op militair terrein en daar mag je dus niet komen. Ging er maar vanuit dat het Franse leger ook vakantie had. Heb er niemand gezien. Wel prachtige vervallen en kapotgeschoten forten, in feite achtergelaten zoals ze in 1918 waren. In de bossen eromheen zie je nog altijd de kraters van de granaten en er lopen nog altijd vrij duidelijk de restanten van de loopgraven. Nu is het nog zichtbaar. Over 50 jaar vrees ik dat het meeste wel weg zal zijn. Het was op die vervallen forten wel oppassen. Instortingsgevaar en luchtkokers kunnen letterlijk levensgevaarlijk zijn. Ik was er heel alert op. Ik heb overigens geen enkel restant van granaten of botten gevonden. Wel wat oud glas, waaronder glas van een fles die ik daarna op een brocantemarkt zag. Het was een deel van een fles uit Bar-le-Duc. Grote kans dat het uit de Grote Oorlog-periode kwam.
Een aardig weetje… Ons mineraalwater met de naam Bar le Duc kwam oorspronkelijk uit Brabant en komt nu uit een bron op een industrieterrein in Lage Weide, Utrecht. Dat haalt de romantiek wel even uit de naam.
Ook een aardig weetje… Het reguliere drinkwater in Utrecht komt uit precies dezelfde grondlaag. Het is dus letterlijk hetzelfde water. Het water viel zo’n 1200 jaar geleden als regen op de Utrechtse Heuvelrug.