Geboren in 1941 in Chicago en tweede generatie Amerikaan. Zijn ouders kwamen namelijk uit Polen. Zijn bijnaam is “the grave dancer”. Die bijnaam kreeg hij vanwege een artikel dat hij zelf schreef waarbij hij aangaf dat hij succes had omdat hij danste op de gebeenten van slechte ideeën en fouten van anderen. De bijnaam is in stand gebleven door een schilderij dat hij heeft laten maken naar aanleiding van een ruzie die hij kreeg met de SEC, de Amerikaanse beurstoezichthouder. Op dat schilderij staat Sam Zell boven de woorden “Saltator Sepulcri” Latijns voor Grafdanser. Het schilderij hangt net buiten zijn kantoorkamer.
Eind jaren zestig richtte hij Equity Grouep Investements (EGI) op. Dit bedrijf investeert onder andere in onroerend goed, energie, vervoer, transport, gezondheidszorg en media. De posities zijn soms ingenomen omdat hij een kans zag, maar vallen vaak ook op omdat ze tegen de consensus van de markt in lijken te gaan. Hij had een voorkeur voor bedrijven die te maken hadden gekregen met stomme pech. Dan kwam Sam binnen en dicteerde in feite de voorwaarden waaronder hij de zaak zou overnemen. Hij is in feite de oprichter van de residential REIT markt. Dat maakte het mogelijk dat je als particuliere belegger ook kon investeren in bijvoorbeeld appartementencomplexen. Juist die stap gaf die markt een enorme liquiditeit en daar profiteerde Sam ten volle van.
Sam Zell is ook de oprichter van Equity International. Dat bedrijf richt zicht vooral op Emerging Markets. Daarnaast heeft Sam belangen of functies in enkele beursgenoteerde bedrijven.
Door slimme investeringen, goede samenwerkingsovereenkomsten en een neus voor goede deals wist hij een enorm imperium op te bouwen.
Zo is hij eigenaar (geweest) van enkele zeer toonaangevende Amerikaanse kranten. Sam Zell is daarbij niet altijd even populair geweest. Hij was ook eigenaar van de Chicago Cubs en wilde het stadium en veld een andere naam geven. Dat werd niet bepaald welkom geheten.
Ook werd zijn onroerend goed firma regelmatig door huurders onder vuur genomen omdat het bedrijf actief werkte aan het wegnemen van huurdersrechten in de wetgeving van gemeentes of staten.
De laatste jaren is zijn vermogen wat afgenomen omdat veel van zijn bezit in onroerend goed vast zat. Hij zat echter niet in het slechtste deel van de markt, dus de schade viel verhoudingsgewijs nog mee. Zijn persoonlijke vermogen wordt nu op 4,4 miljard dollar geschat.
In 2007 deed hij zijn grootste zakelijke deal. Hij verkocht toen zijn onderneming Equite Office Properties Trust aan Blackstone voor een bedrag van maar liefst 39 miljard. Het was net voordat die markt in elkaar zou storten.
Zijn slechtste deal ooit was de overname van The Tribune Company in ook 2007. Daarmee ging toen 8,2 mijard verloren. Hij verloor daarop privé 300 miljoen dollar. Belangrijker was echter dat hij vooral in de pers ook zijn goede naam verloor. Waarschijnlijk toch wat onterecht, maar de journalisten had hij op de ziel getrapt door publiekelijk aan te geven dat ze Gods werk niet deden en dat ook voor hen gewoon de economische wetten golden. De journalisten van vooral de failliet gegane kranten namen hem het faillsiement (ten onrechte) kwalijk.
Sam Zell wordt ook wel gezien als “the poor man’s Warren Buffett”.
De kern van zijn succes was steeds om bedrijven die in zwaar weer waren gekomen over te nemen voor een lage prijs. De bedrijven gingen vaak gebukt onder een enorme schuldenberg, maar hadden intrinsieke waarde en vaak ook compenseerbare verliezen waardoor bij winst de belastingdienst voorlopig geen claim kon leggen.
Begin jaren negentig ging het imperium bijna onderuit. Een onverwachte recessie overviel hem en ineens was er te weinig cash om de lonen te betalen. Door snel bezittingen te verkopen en enkele leidende medewerkers de kans te geven te investeren kon hij de bedrijven in leven houden. De les was geleerd: “Cash geld is net zo veel waard als bezittingen”.
Sam Zell heeft nog een mooie uitspraak. Hij is nogal grof gebekt. Zijn uitspraak “Ben ik te subtiel?” is daarom hilarisch.