China kan heel wat van de automobielbouwer Ford leren. Beter nog, van Henri Ford zelf, als is de man al heel wat jaren geleden overleden.
Henri Ford merkte op dat zijn eigen arbeiders zijn producten niet konden betalen. Dat leek hem onverstandig, omdat hij geen loyalere klanten kon indenken dan zijn eigen arbeiders.
Wat hij dus deed, was het loon van zijn arbeiders verhogen.
Voortaan konden ze zich wel een auto van Ford veroorloven.
In China moeten ze nu snel ook die weg op.
Chinezen moeten in staat zijn om zich de producten die in China gemaakt worden ook te kunnen veroorloven. Pas dan zal China veel minder afhankelijk worden van de wereldeconomie en met name van de economieën van vooral Amerika en Europa.
Op dit moment is het zo dat China een zware griep heeft als wij kuchen. Dat terwijl China het geld en de fabrieken heeft.
China heeft alleen de consumenten nog niet.
Te belachelijk voor woorden, daar wij onze welvaart kopen met geleend geld.
Zodra de binnenlandse markt van China serieus krachtig is, kan China de prijzen stellen. Immers verkopen ze dan toch wel. Als het niet aan Amerika of Europa is, dan wel aan hun eigen bevolking.
Het voordeel voor China is, ze hebben ook het werk. De fabrieken van de wereld staan tegenwoordig immers in China.
Als China niet meer wil leveren aan Amerika, dan is Amerika niet in staat om het zelf nog te maken.
Hetzelfde geldt voor Europa. We zijn er niet meer toe in staat en we hebben het geld niet meer.
China heeft bijna alle macht in handen… als ze ook maar de consumenten zouden hebben.
Henri Ford heeft ze het voorbeeld gegeven. Het is nu wachten op het moment dat China het voorbeeld gaat volgen. Dan pas gaan we hier voelen dat China de nieuwe economische wereldmacht is geworden.