Waar staat de Amerikaanse economie en de Amerikaanse hegemonie nog als olie niet langer de dominante energievorm in de wereld is?
We moeten ons die vraag serieus stellen, want de huidige rijkdom en macht van Amerika bestaat vooral vanwege het feit dat olie in de wereld in dollars afgerekend moet worden. Dollars die de VS gratis kan creëren.
Iedere liter olie in de handel is dus pure winst voor de VS.
Immers, als Nederland en België die liter olie ergens in de wereld willen kopen, dan zullen ze eerst een dollar moeten hebben. En die dollar heeft Amerika uit lucht gecreëerd.
De winnaar is dus in deze situatie altijd de VS.
Maar als we straks geen olie meer nodig hebben, dan wordt het een heel ander verhaal.
De vraag is hoe de VS dan rond kan komen en wat dit met de waarde van de dollar gaat doen.
In wezen houdt het namelijk in dat de VS dan ook gewoon weer aan de gewone economische spelregels moet voldoen. Dat zijn ze sinds 1973 niet meer gewend.
Nu zal de VS niet volledig financieel onmachtig worden, maar het luilekker leven dat ze nu beleven is dan wel over.
Door de afspraak over energie en de afspraken over de dollar als te gebruiken munt in de wereldhandel heeft de VS de wereld in haar macht gekregen. De VS zal graag zo’n nieuwe deal maken, maar dat kan alleen als ze iets heeft waarmee het andere landen kan dwingen er in mee te gaan. Een militair overwicht bijvoorbeeld, gevoed vanuit handelsovereenkomsten die de VS zeggenschap geven over de onderlinge handel. Mogelijk dat de TTIP besprekingen daarom zo’n prioriteit voor de VS hebben. Ze hebben al eerder zulke deals gesloten, o.a. met Canada en Mexico en in de meer dan 100 rechtszaken die vervolgens zijn gevoerd wist de VS altijd te winnen.
Dat geeft te denken.
We zien de VS graag als vriendelijke partner, maar ze is dat allerminst. De VS is gewoon keihard een land zonder enige scrupules richting andere landen. Alles moet ten dienste van de VS staan. Doe je dat, dan mag je meeprofiteren. Doe je dat niet, dan moet je schikken en doe je dat niet, dan ga je de weg van Irak, Libië, Venezuela, Syrië en in wezen ook Rusland eind jaren tachtig.