Toen ik ging ondernemen was ik in de familie de enige ondernemer.
Als we nu naar ons gezin kijken, dan is mijn zoon de enige van de drie kinderen en drie partners die geen ondernemer is. Mijn zoon is al wel belegger.
De rest is ondernemer en deels belegger.
Ondernemen is nu de standaard bij ons thuis. Zelfs mijn vrouw is ondertussen onderneemster geworden.
Alleen mijn zoon heeft nog een betaalde baan.
Hij is de uitzondering, daar waar ik dat dertig jaar geleden in mijn familie was door als enige te gaan ondernemen.
Wat ik mijn kinderen heb meegegeven is dat ondernemen de standaard is. Beleggen hoort daar bij. Op mijn schoondochter na zijn ze ondertussen alle vijf ook beleggers geworden.
Ze zijn voorzichtige beleggers, op mijn zoon na. Die is niet roekeloos, maar neemt wel veel meer risico in zijn beleggingen ten opzichte van de rest.
Ik zit daar tussenin. Ik heb een degelijke portefeuille met daar ook wat speculatieve elementen in.
Maar het leeuwendeel van mijn portefeuille betreft de huurhuizen. Die doen het tegenwoordig heel aardig. Ik heb nu iedere maand een positieve cashflow. Dat is wel eens anders geweest. Vanuit die positieve cash flow betaal ik de renovatie voor het volgende huis dat dan weer verkocht gaat worden. Met iedere verkoop probeer ik weer een lening af te lossen. Recent heb ik zo 100.000 aan lening af kunnen lossen. Scheelt me toch weer 8000 per jaar.
Toch ben ik blij met de leningen, want ze bieden me de kans met een hefboom te werken. Maar nu ik mijn vastgoed portefeuille laat krimpen, moeten de schulden mee afnemen.
Wat geef ik mijn kinderen mee?
200
previous post