Eén van de ontluisterende conclusies die ik trek naar aanleiding van de problemen van de pensioenfondsen in Nederland is het feit dat ze zichzelf niet beschermen tegen marktbewegingen.
De pensioenfondsen zouden zich met behulp van geschreven en gekochte opties op hun bezit prima kunnen beschermen tegen extreme koersdalingen, maar ze doen het niet.
Blijkbaar is er de kennis niet, of is er de wil niet. Het kost immers wel wat. In goede tijden kan het een stukje rendement kosten, terwijl in slechte tijden de portefeuille er enorm mee beschermd kan worden. Wil je als pensioenfonds in goede tijden investeren in een stukje bescherming die dan in die goede tijden niet nodig lijkt te zijn?
Overigens denk ik dat de kosten meer personeel van aard zijn, dan dat het beleggingsrendement moet kosten. Immers moet er nogal wat gehandeld worden en daar is gekwalificeerd personeel voor nodig.
Een ander punt van kritiek van mij is dat pensioenfondsen in “alles” beleggen en niet alleen in degelijke bedrijven. Recent liet ik al zien dat het ABP werkelijk vele honderden posities in de markt inneemt omdat ze vrijwel alle beschikbare aandelen koopt. Een analyse methode als de OK score laat zien welke bedrijven degelijk zijn en welke bedrijven financieel gezien zichzelf in zwaar weer brengen. Wat moet een beleggingsfonds in een bedrijf dat zichzelf financieel gezien om zeep helpt? Welke meerwaarde heeft een belegging in zo’n bedrijf voor de deelnemers in het pensioenfonds?
Toch doet het financiële management van veel pensioenfondsen niet aan dergelijke analyses. Dat is goedkoper qua personeel want iedereen kan “alles” kopen. Je neemt als fonds alleen veel meer risico.
De deelnemers in pensioenfondsen zouden veel meer inzicht in het beleid en de kunde van hun pensioenfondsbeheerders moeten eisen. Ik ben van mening dat het droevig gesteld is met beide zaken.
De pensioenfonds managers krijgen veel geld betaald voor in feite een invulling van beleggen die ik wil kwalificeren als “ongeschoold werk“.