Amerika is het land waar de verdeling van de rijkdom extreem oneerlijk is. Volgens het IMF heeft de armste helft van de inkomens samen slechts 2% van het totale vermogen dat er in Amerika is. De rijkste 10% van de gezinnen bezit samen 75% van het totale vermogen.
Maar Nederland dan? Hier bezit de armste helft van alle gezinnen ook slechts 2% van het vermogen. Echter is de rijkste 10% goed voor ongeveer 60% van het totale vermogen. Dat scheelt dus niet zo heel veel met Amerika. Frankrijk en Duitsland laten een zelfde beeld zien.
Overigens is de vermogenspositie van Nederlandse gezinnen zo dramatisch door de hypotheekschulden en de gedaalde huizenprijzen. Enkele jaren geleden stonden we er nog wel beter voor.
Gezien de vermogensongelijkheid zou je denken dat een heffing bij de rijkste 10% eerlijk(er) zou zijn. Echter is ze ook bijna onmogelijk. Ze hebben namelijk hun vermogen niet in spaargeld. Het vermogen van de rijkste 10% zit in onroerend goed, in bedrijven, in landerijen. Verhoudingsgewijs hebben ze maar weinig geld in spaargeld zitten. Als er dus een 10% heffing op spaargeld komt, dan treft dat vooral de middenklasse. Die hebben EN een hypotheek EN spaargeld.
Op het spaargeld komt de heffing, maar de hypotheekschuld blijft bestaan.
De truc is namelijk dat de Europese regeringen zo’n heffing zeer snel willen uitvoeren. Het is niet de bedoeling dat dit een belastingverhaal gaat worden, waarbij we het in de jaarlijkse heffing terug gaan zien. Dat duurt te lang en is te ingewikkeld.
Neen, het is snel bepalen wat spaarrekeningen zijn en vanaf die rekeningen wordt bij iedere rekening bijvoorbeeld een percentage van 10% weggenomen. Alle andere posten blijven ze vanaf. Alleen dan is het efficiënt, kostendekkend en snel. Ze weten vooraf wat de opbrengst is, dus het percentage aanpassen om tot het gewenste bedrag te komen kan tot een minuut van te voren.
Oneerlijke rijkdomverdeling
80
previous post