Gull Island in Alaska is een zeer belangrijke vogelbroedplaats. In de jaren zeventig wilden de grote oliemaatschappijen er heel erg graag naar olie boren. Immers, er werd en wordt vermoed dat er olie onder het eiland te vinden is. De toenmalige Amerikaanse regering besloot echter dat de natuur een keer voor de vraag naar olie moest gaan en verbood de energiemaatschappijen er nog verder te boren.
Daarmee leek de zaak afgesloten te zijn, maar dit besluit bleek de start te zijn van een vooral uit Christelijke hoek komende complottheorie over gemanipuleerde olieprijzen en de angst voor de nationalisatie van de Amerikaanse oliemaatschappijen. In 1980 verscheen namelijk een boek van dominee Lindsey Williams dat bol stond van de complottheoriën. We zijn ondertussen bijna dertig jaar verder en van zijn angst voor nationalisatie van de olie-industrie is niets waar gebleken. Oliemaatschappijen verdienden de laatste jaren meer dan ooit tevoren. Hun vrijheid was in de jaren na de eeuwwisseling zelfs zo groot dat ze hun inkomsten en de beloningen voor de topmanagers wel heel extreem opdreven.
In zijn boekje klaagt Williams ook over de gekte van de vakbonden in Amerika. Terechte klachten over de belachelijkheid van zeer strenge vakbondsregels die bepalen dat een metaalwerker geen schroef in hout mag boren. Zulke toestanden zouden in de hoogtij dagen van het Russische communisme niet misstaan hebben, maar ze kwamen en komen voor in het kapitalistisch Amerika van de jaren zeventig en in sommige delen van de economie komen ze misschien nog wel voor. Enkele vakbonden in Amerika zijn namelijk nog altijd oppermachtig. Dat deel van het boek is volkomen terecht geschreven en is nog altijd zeer vermakelijke lectuur.
Andere zaken die in het boek genoemd zijn, zijn een eigen leven gaan leiden en werden vooral ook zwaar gekleurd door de achtergrond van deze streng Christelijke man. Zijn religieuze opvattingen over de olie industrie gaan ook heden ten dage nog in de bible belt zone van Nederland veel rond. In die opvattingen zijn het in de energie sector allemaal complotten en is er tot wel 1000x meer olie in de wereld als dat officieel wordt toegegeven…
Dertig jaar na het uitkomen van het boekje is mij wel duidelijk dat veel van de complotten uiteindelijk niet bleken te bestaan. Helaas echter, lezen sommige mensen dat in 1980 geschreven boekje als een onveranderlijk gegeven. Recentere feiten boeien dan niet, wat toen geschreven is moet nu, dertig jaar later, nog altijd wel waar zijn, het was immers een dominee die het schreef. Dominees liegen niet… Dat feit kan dan wel waar zijn, maar ook dominees kunnen er naast zitten. Immers was het ooit de kerk die stelde dat de wereld plat was en was het een paus die verklaarde dat de aarde het middelpunt van het heelal was. De meeste mensen zijn er ondertussen wel achter dat ook die opvattingen niet helemaal waar bleken te zijn.
Het is overigens wel een leuk boekje. Er staan misstanden in die zeer zeker een keer aan de kaak gesteld moesten worden. Waar de dominee in mijn ogen echter de fout inging, is dat hij onbewezen verklaringen van enthousiaste oliewerknemers en managers als definitieve waarheden aanneemt. U weet echter, een goudmijn in in Australië niets meer dan een gat in de grond met een leugenaar er boven. Mensen die erg enthousiast zijn kunnen ‘hun’ waarheid wel eens verwarren met de realiteit. Onbewezen verklaring over voorraden en productieomvang worden klakkeloos voor waarheid opgenomen. Dominee Williams gaat namelijk zonder meer uit van de waarheid van uitspraken die richting hem door individuen gedaan zijn. Mijn indruk is dat die verklaringen niet altijd even accuraat zijn geweest. In hun enthousiasme werden olievoorraden en mogelijke productiemogelijkheden wel eens behoorlijk overdreven.
U kunt het boekje tegenwoordig ook online lezen. U kunt daarvoor hier kijken: http://www.reformation.org/energy-non-crisis.html
Een leuk voorbeeld van waar Williams eerste dertig jaar gelijk kreeg, maar waarbij uiteindelijk een gegeven zoals opgetekend in zijn zijn boek toch kon veranderen. In chapter 19 is er sprake van de gas pijplijn die er volgens een deskundige nooit zou komen. Inderdaad bleek de vergunning en het kapitaal in de jaren zeventig, tachtig en negentig niet aanwezig. De prijs van Natural Gas was daarvoor te laag en de vraag naar het gas ook. De oliecrisis ging eind jaren zeventig over en we mochten nog 25 jaar van goedkope olie genieten. Dat veranderde in 2008. De olieprijs schoot omhoog tot $147 per vat en op dat moment was er ineens wel vraag naar die gaspijplijn die er tot dan toe nooit gekomen was. Op 27 augustus tekende de gouverneur van Alaska een licentie om een gaspijplijn aan te leggen tussen Prudhoe bay en Alberta in Canada.
Was het niet doorgaan van de gaspijplijn een geval van een complot, of puur economie?
U mag het zeggen.
Ik schreef al, Williams mag graag overdrijven in zijn boek en vooral daar waar het om voorraden en productie gaat. We kunnen nu terugkijken omdat het bijna dertig jaar geleden is sinds hij zijn boek publiceerde. Volgens Williams zou Prudhoe makkelijk 20 jaar lang 2 miljoen vaten olie per dag kunnen produceren. Uiteindelijk werd de grootste productie die ooit op één dag bereikt werd een totaal van 1,5 miljoen vaten. Dat was in 1979. Dat was slechts twee jaar na de start van de productie in 1977. Daarna bleef de productie teruglopen. In 2005 was de productie teruggelopen tot gemiddeld 475.000 vaten per dag. Het mag duidelijk zijn, peak oil heeft ook hier hard toegeslagen. Het punt is, in feite bleek achteraf de productie slechts niet eens half zo groot te zijn als dat Williams in zijn boek zo stellig had aangegeven.
Wat in 1980, vooral in streng religieuze kringen, zeker nog niet geaccepteerd was, was het schuiven van de tektonische platen. Williams geeft in zijn boek een aantal suggesties voor de vondsten van tropische vegetatie in Alaska die achteraf bezien hilarisch zijn. Zo zouden er, net als in de woestijn, mogelijk een soort oases aan de pool zijn geweest. Midden in de poolgebieden zouden dan tot voor kort subtropische plaatsen zijn geweest waar deze planten bleven groeien. Hij worstelde toen al met de ouderdom van de aarde… Iets dat voor veel streng gelovige Christenen nog altijd een lastig punt is. Christenen accepteren ondertussen wel dat de aarde niet plat is en de aarde niet het middelpunt van het heelal is, maar accepteren dat de aarde ouder is dan een paar duizend jaar, dat ligt nog altijd moeilijk. Helaas besluiten daarom steeds meer streng gelovige Christenen om alle wetenschappelijke bewijzen voorde ouderdom van de aarde maar naast zich neer te leggen en het simpelweg te houden bij de mededeling dat de aarde enkele duizenden jaren oud is en zo is het nu eenmaal.
Zo zien we maar, waarheid bestaat niet. Ze is voor iedereen anders.
Opvallend in heel het boek is, dat Williams het keer op keer opneemt voor de zielige oliemaatschappijen. In dat opzicht is er in dertig jaar veel veranderd. Toen waren het hardwerkende bedrijven die behoorlijk moest opboksen tegen de boze overheid. Op dit moment zijn het vooral zakkenvullende extreem winstgevende bedrijven met hun graaiende topmanagers die zich verrijken ten koste van de gebruikers van olie die volledig afhankelijk van de oliebedrijven zijn. Niet veel mensen zouden op zit moment een boek kunnen schrijven over de zielige oliebedrijven die tientallen miljarden dollars/euro’s netto per jaar verdienen en zo’n last hebben van overheidsbemoeienis. Al vanaf begin jaren tachtig is de wereld rondom de oliebedrijven flink veranderd. Dat begon in Amerika in de periode Reagan en kreeg zijn piek in Amerika toen olieman Bush jr. twee periodes president mocht zijn. De wereld heeft er niet veel aan gehad toen oliemaatschappijen alle vrijheid van de wereld kregen. Nooit waren er zoveel olievervuilingen als in de Bush Jr. periode in Alaska. Nog nooit was de olieprijs zo hoog als toen de olie-maatschappijen alle vrijheid hadden. De vrijheid waar Williams zo hard voor vocht, die is door de oliebedrijven misbruikt om hun winst te maximeren ten koste van de natuur en de eindgebruikers.
Waar Williams dus nog schreef over de overijverige en vreseijk bemoeizuchtige overheid die wantrouwend was tegen alles dat met winst maken te maken had, sloeg dat in de jaren negentig en vooral na 2000 om in een Amerikaanse overheid die zich nergens meer mee bemoeide. Uiteindelijk deed dat nog veel meer kwaad omdat de oliemaatschappijen hun vrijheid misbruikten. Ergens tussenin zal wel ergens een ‘ideaal’ situatie bestaan. Williams beschreef terecht als begaan medewerker van de oliemaatschappijen ene kant van de twee uitersten. In 2008 was er de andere kant.