De Nobelprijs voor economie is dit jaar gegaan naar drie economen vanwege hun werk over het begrijpen van koersen. Hun onderzoek werd beloond met de meest pretentieuze prijs voor de economie in de wereld.
Maar waar zijn ze dan uiteindelijk achter gekomen?
Hun stelling is in ieder geval dat ‘koersen’ voor iedereen belangrijk zijn, en niet alleen op de beurs. Alles heeft een waarde, maar hoe bepalen we die waarde? Hoe werkt dat nu eigenlijk?
Kan je substantieel winnen met een bepaalde strategie? Komt zo’n winstgevende strategie dan ook tegelijk met het nemen van meer risico? Is er een voorspellende waarde te vinden in de prijs/risico factor?
Het zijn geen vragen die we ons nooit gesteld hebben, maar de vraag is of ‘onze’ antwoorden er op afwijken van de wetenschappelijke antwoorden er op.
Wat ze hebben gedaan, is het onderzoeken van eerdere methodes die zijn bedacht om antwoorden te geven op de vragen.
Waar ze achter kwamen is dat op de beurs de voorspellende waarde van de koers enorm toenam als je als belegger drie factoren meewoog. Namelijk Marktwaarde, de ratio boekwaarde/marktwaarde en de al langer bestaande Capital Asset Pricing Model (CAPM) samen.
Voor het CAPM model kreeg William Sharpe in 1990 de Nobelprijs.
Wat mij opvalt aan hun winnende studie, is de verbluffende simpelheid van de basis er van… Ze weten er heel mooie wiskundige modellen en formules bij te leveren, maar in de kern had ik dat stuk geschreven kunnen hebben. Er is dus nog hoop voor me. Nu alleen nog een wiskundige vinden die ‘mijn’ winstgevende beleggingsmethode en visie in wiskundige berekeningen kan weergeven.
Wat me ook opvalt, is dat je blijkbaar veel kennis moet hebben van eerdere studies. Het helpt als je theorie grotendeels gedragen wordt door eerdere onderzoeken die de Nobelprijs ook al kregen. Blijkbaar zijn ze in Oslo daar erg gevoelig voor. Je laat daarmee zien dat je op de hoogte bent van wat er zoal al eerder gepubliceerd is. De derde man die je dus nodig hebt om een Nobelprijs te winnen, is iemand die zich fors ingelezen heeft in de materie van eerdere onderzoekers. Een professor dus, die hierover lessen en lezingen geeft en daarom de tijd heeft om eerdere onderzoeken gedegen door te nemen. Is dat de reden dat zo vaak gewonnen wordt door een duo of trio aan onderzoekers?
Ik raad het de bedenkers van een nieuwe theorie niet aan zelf de onderzoeken te lezen, omdat de eerdere theorieën je creativiteit negatief kunnen beïnvloeden. Verzin iets zoals je voelt dat het goed is, onderzoek het en laat een ander bekijken welke delen van je verhaal al door anderen bedacht zijn en geef die anderen daarvoor uitgebreid krediet. Daar heb je zelf baat bij, ondanks dat je mogelijk nooit eerder van hun gedachtenspinsels gehoord had.
Maar goed, terug naar de winnaars van dit jaar… De wiskundige formules vliegen je iedere zoveel regels om de oren. Het kan in mijn ogen niet verbloemen dat de basis van dit rapport het niveau van de middelbare school niet ontstijgt.
Het is dit jaar een werkstuk geworden waarbij de grootste waarde zit in het bijeenbrengen van veel eerder gepubliceerde onderwerpen. Ze openen in feite de discussie weer over de vraag of alle gegevens al in de koersen verwerkt zijn. Als dat zo is, wat kan dan de koers dan nog beïnvloeden? Dus is het niet zo, maar welke consequenties heeft dat? Lopen we de ‘random walk’ met de koersen, of verloopt koersvorming in trends? Kan je als belegger bepalen wat de prijs zou moeten zijn als alle gegevens in de koers verwerkt zijn? Is er een ideale prijs te bepalen, ook naar de toekomst toe?
Als echte wetenschappers gaan ze er van uit dat je de samenleving volledig kan vatten in wiskundige formules. Als je daar van uitgaat, kan je dus alles verklaren. De fundamentele vraag of de werkelijkheid wel voor 100% in wiskundige modellen te vatten is, wordt niet beantwoord. Men neemt dat gewoon voor waar aan.
Dat maakt hun wetenschappelijke werk makkelijk, maar maakt in mijn ogen de gepubliceerde modellen allemaal kwetsbaar en in feite gevaarlijk. Al te vaak is gebleken dat de knappe koppen ‘hun’ werkelijkheid niet goed in overeenstemming konden brengen met de echte werkelijkheid. Het enge is nu dat hun werkelijkheid model is voor alle computermodellen en economische modellen. Sterker nog, heel het geldsysteem is gebouwd rondom de wetenschappelijke werkelijkheid.
Ooit komt er een moment dat de twee werkelijkheden zo ver uiteen gaan lopen dat de zaak vastloopt. Vastloopt, zoals dat in 2008 al gebeurde. Natuurlijk was dat deels door fraude, maar in de wiskundige economische modellen is fraude geen onderdeel. Dat bestaat simpelweg niet in de ideale wiskundige werkelijkheid. Vandaar dat de wetenschappers zo makkelijk uitgaan van het feit dat alle kennis al in de koers verwerkt is. Dat kan simpelweg in het echt niet, maar in wiskundige modellen kan het wel. Dus als het theoretisch kan, dan is het waar… Veel wetenschappers zijn er daarom al uit en gaan dus vanuit dat uitgangspunt verder denken. In mijn ogen is daarmee de basis al fout en alles wat je daarna doet maakt de afwijking alleen maar groter en nooit kleiner.
Er is zelfs in 1970 al een onderzoek gedaan naar wat die beschikbare informatie dan eigenlijk was…
Op de vraag of je op informatie uit het verleden een winstgevende strategie kan bouwen in ook al ooit een onderzoek gedaan. Kan je dat op korte, middellange en lange termijn extra winst opleveren?
Omdat de bewijzen voor de korte termijn zo zwak waren, kon men de efficiënte markt theorie op de korte termijn niet weerleggen.
In de jaren zeventig was de random walk theorie populair. Koersen kwamen volgens die theorie in feite bij toeval tot stand. Nieuws was al in de koers verwerkt en kon amper invloed op de koers uitoefenen, dus was de koersvorming weer onvoorspelbaar. Men ging toen onderzoeken welke invloed nieuws dan precies op de koers had. Kon je op basis van het uitkomen van nieuws een winstgevende strategie op zetten?
Ook wetenschappers gingen zich toen realiseren dat er meer gegevens invloed hebben op de koers. Hoe kon je de invloed van het nieuwsitem zo isoleren dat je precies wist dat het de invloed van dat nieuwsbericht was dat een x koersverschil veroorzaakte?
Daarvoor werd ook weer een model gemaakt met een mooie wiskundige formule en dat werd het ‘ideale marktmodel’.
Wat ze indertijd onderzochten was het splitsen van aandelen. Hun conclusie was indertijd dat dit nieuwsfeit geen invloed had op de koers… Ik ben het daar niet mee eens, maar wat ik dus mis, is de wetenschappelijke onderbouwing van mijn bewering dat hun bewering onjuist is.
Ze deden het onderzoek ook richting dividend. De fout die ze in mijn ogen daar bij maakten was dat ze er van uitgingen dat het dividend voor beleggers een verrassing zou zijn. Dat het uit het niets zou komen. Dat is echter onjuist, want in bijna alle gevallen is al lang bekend dat de aandeelhoudersvergadering er komt en dat op deze vergadering het besluit over dividend op de agenda zal staan. Hooguit kan de hoogte van het dividend een kleine verrassing zijn. De vraag is natuurlijk welke koersinvloed er is vanuit de dividendaankondiging en of je er iets mee kan door door er een structureel winstgevende strategie op te bouwen. Immers, alleen dan heb je er iets aan.
Die structureel winstgevende strategie bleek niet mogelijk te zijn. Blijkbaar is de markt in staat om de waarderingsverschillen die ontstaan door de wetenschap dat een dividend van een bepaalde hoogte wordt uitgekeerd goed in te schatten en snel in de koers te verwerken, zonder dat dit lang tot een onder of overwaardering van het aandeel leidt.
Alleen bij kleine en weinig verhandelde fondsen kon er enige voorspelbaarheid gegeven worden, maar indertijd waren de transactiekosten nog zo hoog dat er uiteindelijk geen winstgevende strategie op mogelijk bleek.
Opvallend is dat ook bij studies uit de jaren zeventig men nog altijd de juistheid van die studies in twijfel trekt. Terecht in mijn ogen, maar men gaat niet in op waarom we aan de uitkomsten blijven twijfelen. Gek eigenlijk, want in mijn ogen is overduidelijk dat de discrepantie tussen echte waarheid en wiskundige waarheid aan de basis ligt van de afwijkingen die men steeds blijft constateren.
De zo knappe koppen blijven neuzelen in wiskundige waarheid en willen maar niet erkennen dat waardering van economische waardes afhankelijk is van zoveel factoren dat het simpelweg onmogelijk is om het 100% juist weg te zetten in formules.
Hoe moet je sentiment, angst en hebzucht uiteindelijk verwerken in de formules? Toch bestaan die zaken en vrijwel iedere belegger zal toe geven dat er tijden zijn dat deze zaken in beleggen (veel te) zwaar wegen.
Moet je dan maar niets meer onderzoeken? Neen, dat zeg ik ook niet. Maar ik vind het wel eng dat alle economische berekeningen uitgaan van de wiskundige waarheid. Dat is hun basis en daarmee werken ze.
Het is voor mij 100% zeker dat er ergens in de toekomst een crash komt omdat de twee werkelijkheden dan extreem botsen.
Het zal zijn op een moment dat angst of hebzucht extreem uitslaan en er paniek uitbreekt. Een kooppaniek omdat men bang is om de winst te missen, of logischer andersom, een angst die zo groot is dat men compleet onlogische dingen doen omdat angst de boventoon voert.
Maar het kan ook een onverwacht faillissement zijn waardoor heel het systeem gaat wankelen. Dat zagen we na de val van Lehman Brothers. Helaas is er volgens mij nog geen openbaar wetenschappelijk onderzoek gedaan naar hoe die onlogische stap het hele financiële systeem aan het wankelen bracht. Recent ging de stroom er even af in de Nasdaq. De enige mogelijkheid die men toen zag om een crisis te voorkomen was om alle systemen plat te leggen en opnieuw te openen alsof de beurs nu pas open zou gaan. Het feit van een stroomstoring tijdens beursuren was niet meegenomen in de modellen. Als ze de systemen niet plat hadden gelegd, was de wereld in een crisis geraakt simpelweg omdat de systemen de stroomstoring als een enorme koersval tot nul hadden geïnterpreteerd.
Oeps.
Maar goed, weer terug naar het onderzoek… of in feite het werkstuk waarbij men vooral terugvalt op eerder onderzoek…
Basu deed in 1977 en 1983 een onderzoek naar winst en dividend en hun invloed op de koers. Ook werd inflatie meegenomen. Welke invloed hadden die allemaal op elkaar?
De uitkomst was dat aandelen met hoge winstratio’s of hoge dividendratio’s aandelen het beter deden dan aandelen met lage ratio’s.
Is dat wereldschokkend nieuws? Blijkbaar wel, want hij wordt nu nog altijd genoemd als de wetenschapper die dat aantoonde. Ik vraag me soms af, leven die wetenschappers wel op dezelfde planeet als dat wij doen?
Ook toonde hij aan dat na een periode van hoge korte rente de beurs het slechter deed.
Het gaat er niet om of je als belegger of mens dit ‘weet’, je moet het wetenschappelijk onderzoeken en als je de eerste bent die het wetenschappelijk aantoont, dan wordt je onsterfelijk in het wetenschappelijke wereldje. En ik dacht altijd dat het Guiness Boek of World records een freak kabinet was… De Nobelprijs is in feite hetzelfde, maar dan voor wetenschappers.
Schiller ontdekte in 1984 dat beleggers die tegendraads belegden het beter konden doen dan gemiddeld. Op het moment dat dividenden lager waren dan gemiddeld genomen moest je kopen en waren ze hoger dan gemiddeld, dan moest je winst nemen. In een later onderzoek vonden ze dat de long moving average je enorm kon helpen bij het voorspellen van de juiste momenten. Hier werd dus een zekere voorspelbaarheid en dus inefficiëncy van de markt duidelijk. Dit ontkracht dus de random walk theorie of efficiente markt theorie.
Wel onderkende ze dat het uitmaakte in welke deel van de business cycle men op dat moment was.
Het aardige is nu dat wetenschappers op basis van hun theoretische modellen handelssystemen maken. Enkele van de grootste rampen die we op de beurs hebben gezien zijn voortgekomen uit deze handelssystemen. Zo was er een hedgefunds met als beheerders een aantal Nobelprijs winnaars… Het Long Term Capital Management hedge fund. Het is onderuit gegaan en alleen hulp van de FED voorkwam dat ze heel het financiële systeem met hun val meetrokken. Waarom ging het mis? Ze hadden niet gerekend op een milde winter… en ze gokten er in 1998 op dat Rusland wel zou blijven betalen. Rusland gaf echter aan dat ze zou defaulten en betaalde niet langer op de uitstaande obligaties. LTCM ging onderuit omdat ze veel te diep in de nu waardeloze Russiche obligatie en derivaten er op zat.
De vraag is nu, wat hebben de drie Nobelprijs winnaars van 2013 zelf eigenlijk bijgedragen?
In feite komt het er op neer dat hun bijdrage is dat ze het eerdere werk nu eens bijeengebracht hebben en tegen elkaar afgezet hebben.
Daar hebben ze jaren over gedaan, want alleen al de eerdere rapporten zoeken en lezen is al een levenswerk.
Maar of dat een Nobelprijs waard is?
Het is voor ons nu wel makkelijker geworden om de eerdere onderzoeken te vinden. Ze hebben er niet veel overgeslagen en het is een mooi naslagwerk geworden, waarbij je in feite korte verslagen van de eerdere onderzoeken in handen geworpen krijgt.
Wil je dus een handelssysteem bouwen en baseren op wetenschap, dan heb je in dit rapport de lijst met verplichte literatuur.
De conclusie na al dat onderzoek… hou je vast:
1. Op de korte termijn is het voorspellen van koersen heel lastig. Winstgevende strategiën zijn er vrijwel niet.
2. Op de iets langere termijn is er enige voorspelbaarheid te vinden. Vooral investeren in slechte tijd is winstgevend als deze snel gevolgd worden door betere tijden. Beleggen in de goede tijden is niet slim.
3. Hoger rendement komt met hoger risico.
Zeg nu eens eerlijk, als ik u vooraf had gevraagd wat of u had gedacht over de drie onderwerpen, zou uw antwoord veel afgeweken hebben?
Ik vind het persoonlijk schokkend dat dit een Nobelprijs waard was. Of ik heb in mijn leven al zo veel geleerd, of het niveau van de wetenschap is vele malen lager dan ik me ooit voor mogelijk had kunnen houden.
Ik ben letterlijk geschokt
http://www.nobelprize.org/nobel_prizes/economic-sciences/laureates/2013/advanced-economicsciences2013.pdf