Home Beleggers NieuwsLaatste NieuwsHet tientje van Lieftinck

Het tientje van Lieftinck

by Tom Lassing

Nu de Tweede Wereldoorlog voor velen niet meer dan ‘de laatste oorlog in zwart/wit’ is geworden, vergeten we ook zaken die op zich opmerkelijk waren, maar die zich wel deels kunnen herhalen.
Zo moesten alle Nederlanders 65 jaar geleden, in de week van 26 September tot 2 oktober 1945 rondkomen van tien gulden aan nieuw geld. Al het oude geld was in één keer ongeldig verklaard en kon die week worden ingewisseld tegen een tientje van het nieuwe geld.
De omzetting was nodig om enorme hoeveelheden zwart geld die in omloop waren in kaart te brengen en buiten spel te zetten. De zwarte economie was in de nadagen van de oorlog groter dan de gewone economie. Alle zwarthandelaren die nog altijd vertrouwen hadden in papiergeld, hadden het nakijken. Overigens, alle ‘gewone’ Nederlanders die dat geld nog hadden in zekere zin ook…

Over de totale geldhoeveelheid is wat onduidelijkheid, in 2001 dachten we dat we de oorlog met in totaal 1 miljard guldens begonnen en afsloten met 5,8 miljard guldens in omloop.
Recent in 2010 werd bekend dat het waarschijnlijk eerder 2,5 miljard was waar we mee begonnen en 11 miljard toen de oorlog over was. De percentages geldgroei zijn gelijk, de bedragen alleen niet.

Hoe dan ook, na de oorlog was er snel een zuivering nodig, wilde Nederland niet afglijden naar totale chaos. De Duitsers hadden in de oorlog een schandelijke daad gepleegd, namelijk ‘zomaar’ geld gedrukt, zonder dat er onderliggende waarde voor aanwezig was!

Biljetten van 500 en 1000 gulden werden na de oorlog simpelweg ongeldig verklaard.
Het ging daarna verder met de inlevering van de 100 gulden biljetten. Het geld in 100 gulden biljetten dat je inleverde ging op een geblokkeerde rekening. Daarna moet je aantonen hoe je aan dat geld kwam. Kon je dat niet, dan kon het geld volledig ingenomen worden of kon er belasting over geheven worden.
Daarna volgde het inleveren van al het andere papiergeld, op 300 gulden na. Daarna kreeg je je tientje om de week door te komen. Overigens was dat tientje geen tientje. Het waren 5 guldens in muntbiljetten en twee rijksdaalders in muntbiljetten. Geld uitgegeven door de overheid, niet door de Centrale Bank!
Overigens kreeg niet iedereen een tientje… Je moest er namelijk wel tien gulden in oud geld voor inleveren! Het was dus geen gift van de overheid.
Alle bankrekening werden bevroren. Bij alle tegoeden in cash en op de bank van meer dan 900 gulden ging een berichtje naar de belastingdienst. Ook dan gold de omgekeerde bewijslast, namelijk dat je moest bewijzen hoe je aan dat geld kwam.

Was heel deze actie succesvol tegen zwart geld?
– Het antwoord is neen. De zwarthandelaren hadden genoeg waarschuwingen gehad en hadden al gezien hoe eea een jaar eerder in België was aangepakt. Hoe hadden ze zich ingedekt? Ze kochten sieraden, kunst, goud en zilver en alles wat echte waarde had en ook makkelijk uit beeld gehouden kon worden. Ook grond en huizen werden gekocht en cash betaald. Verder hadden handelaren snel nog spullen gekocht (waaronder ook rechten op graven op begraafplaatsen) die ze een paar maanden na de geldzuivering weer verkochten tegen nieuw geld.

You may also like

Leave a Comment