De meesten onder ons dromen er van dat ooit een ver familielid ons een enorme erfenis achterlaat of ze zouden wensen dat opa of oma nog uit een ver verleden een enorm vermogen hebben. Meestal komt dat niet uit, maar soms heeft iemand een meevaller.
Het kan ook zijn dat u zelf zo veel heeft weten te verdienen, dat u graag wat nalaat aan het nageslacht, zijnde eigen kinderen of kleinkinderen, of misschien wel heel de samenleving.
In dat laatste geval hoeft u niets te doen, de regering weet wel raad met het geld dat overblijft als u gaat hemelen.
De vraag is of het slim is te wachten tot het zo ver is.
Is het niet veel leuker om nog bij leven te zien hoe de gelukkigen de financiële meevaller goed weten te gebruiken?
Maar soms zijn er gelukkigen die hebben zoveel geld, die willen een familievermogen opbouwen zodat heel de familie, kinderen, kleinkinderen en verder financieel geen zorgen meer hebben.
Een interessant streven, want het geeft wel goed aan dat de rijkdom in de wereld niet bijster goed verdeeld is. Uw (achter)kleinkind zal zeker blij kunnen zijn met de rijkdom, maar het zal deze persoon wel vormen. Dat kan goed zijn, maar kan ook slecht zijn. In elke rijke familie zitten wel nazaten die al vroeg in de problemen komen omdat ze met de rijkdom en status niet om kunnen gaan. Ook zien we soms heel verknipte personen die het familievermogen er door heen jagen zodat er voor de genaratie daarna niets meer over is. Zo had opa het nooit bedoeld.
De vraag is hoe ver de overheid moet gaan met het belasten van overleden personen. Op dit moment ligt de grootste belastingdruk op die personen die in hun leven procentueel al het meeste hebben afgedragen. Immers zijn degenen die leven van het familievermogen ook degenen die amper persoonlijke belastingen betalen. Op dat familievermogen zit ook bijna geen belasting meer. Veelal mede omdat het vermogen over meerdere landen verdeeld is en het in feite nergens belast is. De vraag is zelfs of de nationale belastingdienst er nog wel grip op heeft.
Een zeer oneerlijke situatie die er voor zorgt dat de rechtsongelijkheid, maar ook de rijkdom steeds verder uit elkaar gaan lopen. De rijken blijven rijk, de mensen die nu de werknemers status hebben kunnen vrijwel nooit uit hun welvaastsgroep ontsnappen. Een dubbeltje blijft een dubbeltje, een kwartje blijft een kwartje… Mijn oma was er van overtuigd dat dit het geval was. Helaas heeft ze nooit mogen meemaken hoe ik van een dubbeltje een kwartje werd.
Welvaart van een land zou je moeten meten over de armste twintig procent, en niet over iedereen. In de wereld heeft de rijkste 1% namelijk meer dan 40% van het totale vermogen. Welvaart kan je dan serieus niet berekenen als je met die 1% rekening houdt. 60% zou letterlijk bijna van honger kunnen omkomen, terwijl op de schaal van welvaart we gemiddeld voldoende scoren.
Familievermogen is een mooi ding, maar het zou goed zijn als er toch ‘iets’ mogelijk is om er maxima aan te stellen. Immers houdt het geen pas dat we nu al weten dat het kleinkind van de graaiende CEO nooit van zijn leven hoeft te gaan werken. Alleen maar omdat opa de bank berooft heeft.
De oplossing weet ik nog niet, maar het voelt gewoon niet goed.
Familievermogen
99
previous post