Er bestaat een sprookje over een mier die nijver werkt en heel de lente, zomer en herfst gebruikt om een wintervoorraad aan voedsel aan te leggen. Mooi weer of regen, de mier is druk doende om genoeg te verzamelen om comfortabel de winter door te komen.
De krekel ziet dat zo aan en vindt het maar stom dat je in de regen of met mooi weer zo hard aan het werk bent. Kom toch lekker van de zon genieten, morgen kan je ook nog werken!
Maar de mier liet zich niet ompraten en bleef rustig doorwerken. Ook met prachtig weer werd er nijver doorgewerkt.
De krekel ondertussen stelde iedere dag het werk uit.
De zaaiperiode was gemist, oogsten had dan voor de krekel verzamelen moeten worden, maar de krekel deed dat ook al niet en bleef lekker van het mooie weer genieten.
De herfst kwam en de mier begon de oogst netjes op te bergen en was er maar druk mee om ook een winterverblijf aan te maken.
Kom toch lekker genieten van het najaarszonnetje, nu kan het nog!
Maar neen, de mier werkte door terwijl de krekel lag te luieren.
De winter kwam en raad eens wie in de problemen kwan en steun nodig had?
De krekel vroeg de mier om voedsel, want hij had zo’n honger.
De mier gaf hem wat voedsel, maar wel met de mededeling dat het eenmalig was. De volgende dag echter stond de krekel er weer. Ik heb zo’n honger, heb je wat eten voor me. De mier gaf echter geen krimp. Hij had gisteren duidelijk aangegevens dat de hulp eenmalig was. Hij had er immers zelf hard voor gewerkt, terwijl de krekel lag te luieren. De voedselvoorraad was voor hem, het was het resultaat van zijn arbeid.
De krekel ging daarom bij de andere dieren klagen over de inhalige mier. De andere dieren vonden ook dat de mier moest delen in de rijkdom. Hoe kon hij zo egoïstisch zijn, de krekel had immers honger en had het daarbij koud, want hij had ook geen onderdak.
Zegt u zelf, doet dit sprookje niet ergens aan denken?
Stel nu even dat er een overheid is die deze mier ‘opdracht geeft’ de krekel te ondersteunen. Halverwege de winter komt de mier dan ook in de problemen en als ze de winter overleven, wat geeft dat dan uiteindelijk voor signaal naar de mier toe? Zal die een tweede keer de hele lente, zomer en herfst werken voor een goede voorraad?
En de krekel, zou die wat geleerd hebben nu deze in feite slechts hoefde te vragen om hulp en het dus zonder sanctie of belofte gewoon kreeg?
Het is uiteraard maar een sprookje… toch?