Bankiers waren oorspronkelijk bedoeld als smeermiddel in de economie. De waren de tussenpersoon tussen hen die geld over hadden en hen die geld te weinig hadden. Doordat dit via de banken bij elkaar werd gevoegd werd het risico gespreid en het was voor iedereen vooral makkelijk. Immers hoefde je niet mee bij al je familie en vrienden langs om aan geld te komen.
Geld kon je bij de bank halen. De bank ontving daarvoor een vergoeding.
Deze insteek werkt, totdat er vals gespeeld gaat worden.
Als bijvoorbeeld de bank zelf geld uit het niets laat ontstaan en je dus geld gaat uitlenen dat er in feite niet is.
Op dat moment is de bank oneindig rijk. Ze kunnen dan namelijk vanuit het niets geld creëren.
Zo’n onmetelijk rijke bank gaat steeds machtiger worden. Waarom nog geld uitlenen, waarom niet zelf ook ondernemingen overnemen, of bouwfondsen opzetten?
Ze gaan dan denken, waar hebben we die andere ondernemers nog voor nodig, die vreten maar aan de winst van de bank?
Bankiers dachten uiteindelijk (en denken dat nog steeds) dat ze alles zelf wel kunnen doen.
Sterker nog, dat ze heel de economie wel kunnen sturen.
Door bijvoorbeeld de rente aan te passen, of door de hoeveelheid bij te drukken geld aan te passen.
De maakbare economie als het ware.
In een ideale bankwereld kan dat. Hun computermodellen laten ongetwijfeld zien dat het kan.
Maar die ideale wereld die ze in hun software modellen creëren houdt geen rekening met zwarte zwanen. Een enorme storm, een opstand, en de diepgewortelde onwil van mensen om onder het juk van de bankiers te willen leven. Het computermodel houdt ook geen rekening met het criminele element in hun eigen bankenwereldje.
Die maakbare economie is softwarematig zo ontwikkeld dat deze alleen maar gunstig is voor de banken. Hun winst, hun inkomen is maximaal onder dat regime. Andere ondernemers, maar zeker ook werknemers en uitkering trekkenden zijn in zo’n systeem een last. Een kostenpost die je moet beperken. Dat doe je door nieuw geld niet naar hen te laten vloeien, maar juist alleen aan de banken zelf te geven.
Het duurt dan nog jaren voor dat nieuwe geld helemaal tot onderaan de samenleving is gekomen. Ondertussen had de bank de koopkracht van het geld van twee jaar terug, terwijl u de koopkracht van datzelfde geld van nu heeft.
U bent wéér iets armer geworden en de bank is weer wat rijker.
De ECB, de FED en ook de PBOC (Peoples Bank of China) zijn van mening dat hun theoretische systeemmodel het juiste is. Ze zijn de afgelopen tijd alledrie gewaarschuwd. De FED bijvoorbeeld recent toen Bernanke aangaf de geldschepping te willen verminderen. De reactie in de markt was zo heftig dat deze uitspraak snel anders uitgelegd is.
Maar ook de PBOC heeft recent gemerkt dat ze niet alles onder controle heeft. Ze wilden geen nieuw geld in de economie brengen. De rente schoot daarop omhoog tot 25%. Een onhoudbaar hoog percentage dat welke economische groei dan ook in China om zeep zou helpen. Het zou de hele Chinese samenleving kunnen doen ontsporen. Snel werd ook daar dus water bij de wijn gedaan opdat de trein maar wel op de rails blijft staan en liefst ook zou blijven doorrollen.
Dat alles heeft de macht van de bankiers niet gebroken, het heeft ze slechts laten zien dat er grenzen aan hun macht zijn. Die grenzen liggen echter nog altijd veel te ver in hun voordeel. In feite zouden we de samenleving opnieuw moeten uitvinden, met nieuw geld en het onmachtig maken van nu veel te machtige instellingen.