Dat was en is de realiteit bij heel wat boeren. Hun bezit is en was enorm. Dure machines, enorme schuren, veel grond. De investering in het boerenbedrijf was en is enorm, maar de inkomsten vielen en vallen hard tegen.
Vandaar ook dat de EU enorme landbouwsubsidies heeft gegeven. Die subsidies zijn er nog altijd. Nu niet zo zeer primair voor het inkomen, maar veel meer ter compensatie van het inkomen. Zo is er een tegemoetkoming voor boeren die de randen van hun akkers inzaaien met een soort bijenmix aan bloemzaden. Drie meter aan de rand mag de natuur haar gang gaan, ook in de winter. Het is een druppel op een gloeiende plaat, maar wel een belangrijke, want in grote delen van het land is de bio-diversiteit extreem ver teruggelopen.
Door de randen van akkers weer ‘vrij’ te laten, krijgen insecten en kleine zoogdieren weer wat kansen. De boeren krijgen er een prima compensatie voor. De vraag is natuurlijk wel of deze randen de bestrijdingsmiddelen overleven.
Zelfs met de subside vanuit de EU stellen veel zelfstandige agrariërs zich de vraag of het kapitaalbeslag het wel allemaal waard is.
Waarom zou je nog werken als je letterlijk miljoenen uit de zaak kan halen, alles opdoeken en met de miljoenen kan gaan rentenieren.
Zeker nu de gemiddelde leeftijd van de boeren dik boven de zestig ligt, is het aantal definitieve ‘stoppers’ groot.
Men heeft er simpelweg geen trek meer in en opvolging is er niet.
Enorme multinationals kopen in Oost Europa, Azië en Afrika enorme stukken land op en boeren op een schaal die hier niet voor mogelijk te houden is. Landerijen zo groot als de provincie Utrecht. Allemaal één gewas en met enkele reusachtige machines wordt alles aan het eind van het groeiseizoen geoogst.
Daar kan je als keuterboertje in het dichtbevolkte Nederland of België echt niet meer tegenop.
We zien hier dus ook steeds meer land in handen van slechts enkele partijen komen.
In onze omgeving een boomkweker die alle vrijgekomen stukken binnenharkt en via die weg een schaal weet te realiseren die bijna niet Nederlands is. In andere stukken van Nederland zijn het anderen die op grote schaal land verzamelen.
De nog actieve agrarische bedrijven worden gemiddeld steeds groter en hebben steeds minder binding met de grond. Men rijdt met een busje Polen van plak naar plak (plak is lokaal dialect voor stuk grond). Zodra er weer een plak bij is gekocht en het naast een al bestaande plak ligt, wordt een eventuele afscheiding ertussen weggenomen, zodat de machines in één keer door kunnen rijden. Op die manier gaat heel Nederland er steeds meer als de Flevopolder uitzien.
Deze trend van schaalvergroting is in België en Nederland alleen niet te stoppen. Tenminste, ze is wel te stoppen, maar dan moeten consumenten hun gedrag veranderen. Dan moet je keihard de keuze maken dat je alleen nog van bepaalde leveranciers producten af wilt nemen.
Bijna ondenkbaar, want in de supermarkt kiest de consument massaal voor het goedkoopste. Van wie het product afkomt, niet veel mensen die zich daar zorgen over maken. Die gemakszuchtige keuze heeft als gevolg dat ons landschap steeds verder verschraalt.
Uiteindelijk zijn we dus allemaal schuldig aan landschapvernietiging en zelfs EU subsidies kunnen daar weinig aan veranderen. Ook de grote bedrijven harken die subsidies wel binnen, maar de drie meter ‘natuur’ ligt om steeds groter wordende akkers.
We worden er allemaal een beetje armer van en dat is verdomd jammer.
Bezit: miljoenen, Inkomen: nul
119
previous post