Home Beleggers NieuwsMiddeleeuws tuinieren (Tom Lassing)

Middeleeuws tuinieren (Tom Lassing)

by Tom Lassing
Compost maken

Met mijn eigen beperkte mogelijkheden en kennis probeer ik zo veel mogelijk middeleeuwse methodes aan te houden in het tuinieren. We noemen dat tegenwoordig permacultuur, maar het is in feite een aangepaste vorm van middeleeuwse methodes van voor de tijd van kunstmest en massaproductie.

Iedereen buiten de stad had een eigen moestuin en zelfs in de steden waren er moestuinen.

In 13 weken kon in een moestuin van maximaal 3.000 vierkante meter genoeg groeien om een flink gezin een jaar van te voeden.

Het begon met een levende heg om het terrein heen. De gevlochten heg met stekelige struiken hield vee, zwijnen en herten etc. buiten de moestuin. Die gevlochten heggen kunnen honderden jaren oud worden, maar zijn hier tegenwoordig door ruilverkaveling bijna verdwenen. Die heg hield ook de koude wind tegen, zodat een microklimaat in de moestuin kon ontstaan. Ik heb dat helaas niet, maar ik heb wel een beukenhaag om de tuin heen.

Door in bakken te werken, kon daarin de grond los blijven, kon je er makkelijker bij en had je vaste routes en paden in de moestuin. Je liep dus nooit je plantjes en in feite de losse grond vast of kapot.
In die bakken gooide je je restjes uit de keuken (nu noemen we dat bokashi) en je compost aangevuld met as uit de keuken. Je had daarmee altijd prachtige, rijke aarde waarop veel groenten prima groeien. Als je dat kon aanvullen met (oude) dierlijke mest, dan was je helemaal rijk. De mest kon je ook gebruiken om een deel van de oogst door de winter heen te bewaren. Zo’n stapel kon namelijk, afgedekt met riet en klei, de vorst buiten deze stapel houden. Door dus je oogst te omgeven met compost en mest, afgedekt met riet en klei, had je je eigen bewaarplek voor oogst die je pas later in de winter wilde gaan eten. Die stapel was ook direct een verzamelplaats voor wormen en daarmee een bron voor heel rijke compost voor het komende groeijaar.

Het liefst had je op je perceel ook een walnootboom en meerdere andere notenbomen. Als je daarbij ook wat berken of wilgen tot 20 centimeter boven de grond afzaagde, dan schoten rechte scheuten op. Die scheuten waren na een paar jaar goed te gebruiken als palen, stelen en stokken. Door die weer af te zagen, hield je dat proces van de scheuten gaande. Dat is iets dat ik nu ook in mijn tuin doe.

Mijn nu overleden overbuurman had overigens nog gereedschap met dat zelf gewonnen opgeschoten hout. De erfgenamen gooiden ‘die rommel’ weg toen het tijd werd het lege huis uit te ruimen. Ik heb dat gereedschap helaas niet kunnen redden. Het was zo mooi, zo ‘authentiek’.

You may also like

Leave a Comment