Beursbox

Een beleggingsgrootheid: Richard D. Wycoff

 Gepubliceerd door op 11 augustus 2014 om 06:57
aug 112014
 

Geboren in 1873 en overleden in 1934. Eén van de eerste bekende technische analisten en oprichter van ooit een beroemd beleggersblad, namelijk “Magazine of Wall Street”.
Hij was in staat zijn vermogen zo te laten groeien, dat hij uiteindelijk letterlijk tussen de rijkste industriëlen kwam te wonen.
Naarmate hij rijker werd, begon hij ook steeds meer anderen te leren hoe ze beter zouden kunnen beleggen.
Gezien het feit dat nog altijd 90% van de particulieren geld op de beurs verliest, weten we nu dat die missie mislukt is, maar niet alles is verloren. We gaan nu weer eens kijken wat we nog van hem kunnen leren.
Richard heeft steeds gezocht naar de logica achter de marktbewegingen. Hij keek dan ook met aandacht naar andere grotere traders van zijn tijd. De beroemde Jesse Livermore bijvoorbeeld, maar ook E.H. Harriman, Otto Kahn, J.P. Morgan en James R. Keene.
Hij ontdekte dat hun succesformules bepaalde vaste ingrediënten hadden.
Ingrediënten als een stoploss die standaard werd toegepast.
Het gebruiken van de trend en uiteraard het controleren van risico, zodat niet één mislukte trade de potefeuille uit balans kon brengen.
Er is één universiteit in de wereld die nog altijd zijn methode aan studenten leert. Dat is de Golden Gate Universiteit in San Francisco.
Volgens Richard gaven andere traders zoals Jesse Livermore hem ook aan dat ze nooit een trade begonnen als ze niet een bepaalde minimum winst in die trade zagen. Was de te verwachten beweging groot genoeg, dan gingen ze de trade aan, anders niet.

Richard schreef een boek over zijn methode: A Course of Instruction in Stock Market Science and Technique. Eén van de belangrijke punten daaruit is dat je eerst moest zoeken naar wat de professionals in dat aandeel aan het doen waren.
Wat doen de grote jongens?
Als je dat weet, dan weet je waar de kansen liggen. Als je als trader weet hoe een grote partij dit zich inkoopt werkt, dan kan je dat patroon een volgende keer herkennen en er op inspelen.
Het werkt nog steeds zo, want een grote speler als Warren Buffett moet in stilte opereren, anders moet hij de hoofdprijs betalen. Toch koopt hij veel van zijn aandelen ‘gewoon’ op de beursvloer. Als je dat dus kan herkennen, dan kan je daar enorm voordeel mee behalen.
Hoe gaat een grote koper te werk?
1. Je moet eerst een voor jou geschikte markt zoeken alwaar je makkelijk in en uit kan. Je moet immers niet met onverkoopbare aandelen blijven zitten in een markt die totaal niet liquide is.
2. Een grote partij zal vaak heel rustig plukjes aankopen zodat zijn aankopen amper opvallen en de prijs niet omhoog schiet. Vaak duurt het dus weken tot maanden voor een belang is opgebouwd. Weet bijvoorbeeld dat Warren Buffett iedere drie maanden moet rapporteren. Warren heeft dus maximaal drie maanden te tijd om ongezien te kunnen opereren. Als je hem na een maand doorziet, dan heb je nog ruim de tijd om mee te profiteren. Je hebt in feite zelfs bijna drie maanden de tijd om hem te doorzien. Als je maar in de positie zit als hij die bekend maakt. Immers schiet daarna de koers omhoog omdat iedereen hem wil volgen.
3. De grote speler zal liefst eerst de kleine belegger er uit willen schudden. In een zwakke markt met weinig omzet zal hij veel kleine verkooporders ingeven waardoor de koers een dreun krijgt en hij via andere brokers de aandelen goedkoper kan terugkopen. Dit is het moment waarop vaak ongezien veel aandelen binnengehaald kunnen worden. Hij doet dit tot het gewenste aantal aandelen binnen is.
4. Buy the Rumor, sell the news… De grote speler zal er voor zorgen dat er ineens prachtig nieuws in de pers komt. Dat is het moment waarop hij de positie gaat dumpen naar anderen.

We zien vaak een aandeel meerdere keren een weerstand raken en pas bijvoorbeeld bij de 5e keer de doorbraak maken.
Volgens Richard Wycoff was dit manipulatie van grote spelers die ook wel wisten dat die beweging er aan zat te komen, maar ze wilden eerst de kleine beleggers er uit schudden. Bijvoorbeeld een aandeel dat steeds tussen 25 en 30 heen en weer botst. De grote partij ziet wel in dat het 40 kan worden, maar zijn enorme aankoop gaat niet in één keer lukken. Dus ‘speelt’ hij met koop en verkooporders zodat steeds bij de 30 de kleine spelers hun winstjes nemen.
De grote speler koopt dan voorzichtig hun stukken, maar doet dat zo zorgvuldig dat de koers weer wegzakt. Rond de 25 komt hij weer iets forser kopen en de koers komt weer rond de 30 waarna de grote speler weer wat aandelen wegdoet, maar tegelijk via een ander account ook voorzichtig weer oppakt en aldus anderen aanmoedigt ook de winst maar te nemen.
Als eenmaal de positie compleet is, dan krijgt het aandeel de kans om door te breken. Nu gaan beleggingsblaadjes er over schrijven en het aandeel krijgt aandacht in de pers. Dit zal mede ondersteund worden door de grote speler die ook zal aangeven dat hij ‘koper’ is. De klapper is dus voor de grote speler die bij het eerstvolgende ‘grote’ nieuws en de bijkomende koerssprong de winst neemt.
Misschien kan hij niet in één keer alles verkopen, en in dat geval gaat de grote speler nu precies hetzelfde als bij het aankopen doen, maar dan in de range 40 tot 45. Alleen nu is het om te verkopen en niet langer om te kopen.

Als hij zijn positie kwijt is, dan is het tijd om het aandeel te shorten. Immers staat nu iedereen op verlies in dit aandeel. Dat maakt hun positie zwak. Nu kan het spel opnieuw beginnen, maar dan omlaag gericht.
Hij verkoopt in totaal zijn positie short, trekt vervolgens als de aandelen short gegaan zijn de kooporders in en brengt geruchten in de markt dat de positie er technisch zwak voorstaat.
De koers duikt punten omlaag en hij koopt op die lagere koers de positie in en sluit aldus ook de shortpositie met winst.

Het is tijd een ander aandeel te zoeken en dit spel weer groot mee op te zetten. Omdat er met groot geld gewerkt wordt is de kans op succes enorm groot. Je beheerst als grote speler immers een flink deel van de handel in de vrije aandelen.