Beursbox

Depressie en valutaoorlog (Jaap Romeyn)

 Gepubliceerd door op 22 oktober 2017 om 08:06
okt 222017
 

Waarom het CPB dat niet voorspelt.

In de jaren 70 van de vorige eeuw promoveerde Wim Driehuis op een econometrisch model dat gericht was op het bestrijken van de periode vanaf de WO tot dan. Driehuis liet zien dat hij heel goed in staat was de gangbare econometrische methode toe te passen. Hij werd met lof overladen hoogleraar in Amsterdam.

Dat zijn werk in feite het failliet van de gehanteerde econometrische methode bewees, hoorde ik van niemand. Toch kan een model dat iedere 5 a 6 jaar herschat moet worden omdat de daarmee geleverde voorspellingen wezenlijk verschillen met de realiteit moeilijk realistisch en relevant worden genoemd.
Betekent dat nou dat er, zoals door zich idealist noemende lieden wel gesuggereerd wordt, op het CPB malloten zitten die zich met “schijnzekerheden”(o.a. Argus recentelijk) bezig houden. Nee, de malloten zitten vooral buiten het bureau: idealisten die niet beseffen dat hun zogenaamde visie zelden meer is dan een vaag ondoordacht niet gekwantificeerd model: gemakzuchtige ijdelheid.
Ondertussen zijn er ook bekwame economen die kritiek hebben op het gebruik van modellen. Wat daarbij opvalt, is dat zij behalve kritiek vooral ook onmacht tonen. Vaak wordt er gewezen op de veelheid van variabelen, processen en landen die we nu eenmaal kennen. Dat is allemaal wel waar, maar m.i. niet waar het werkelijk om gaat. In beginsel zouden dan immers, als je alle variabelen en processen maar kent, de problemen oplosbaar zijn. Dat is niet zo.
Een van de problemen is dat veel, zo niet alle processen waar we mee te maken krijgen niet-lineair zijn. Van de middelbare school weet u dat niet-lineaire vergelijkingen geen eenduidige wortels opleveren. Strikt genomen zijn niet-lineaire modellen dus niet oplosbaar. Dat gebeurt door professionele benadering. En mij gaat het dan ook om een veel fundamenteler tekort. Niet het hanteren van de econometrische methode gebeurt ondeskundig, maar de methode zelf deugt niet. Nodig is, wat in de natuurkunde en wetenschapsfilosofie bekend staat als paradigma wisseling. Zoals de causaliteit van Newton’s theorie afgewisseld werd door het wezenlijk andere relativeren van tijd en ruimte, zo moet er ook in de bouw van econometrische modellen rekening worden gehouden met een factor waar wij menselijk, biologisch, sociaal, technisch en economisch allemaal afhankelijk van zijn: de wet van de toe en afnemende meeropbrengsten. Het negeren van die wetmatige kracht is er m.i. de oorzaak van dat het CPB geen recessie, laat staan een depressie kan voorspellen. En die komt m.i. binnenkort wel. Dat dacht ik 3 jaar geleden ook al, maar de extreme geldschepping door FED en ECB hebben de ellende voor ons uitgeschoven. Met de negatieve rente koesteren de huizenkopers zich in welbehagen, terwijl ze een zwem en duikdiploma voor de financiële vijver nodig hebben.
Inflatie leidt vroeger of later tot deflatie, recessie en erger. De boel slaat om. Dat zagen we voor de WO in Duitsland, we zagen het ook in de jaren 80 toen de rente naar 13, 14% steeg en juist dat afremmen van inflatie mogelijk maakte. En wat de gevolgen zijn van wanverhoudingen tussen eigen en vreemd (= geleend) vermogen is tijdens de internet bubble hardhandig aan menig ICT ondernemer duidelijk gemaakt, terwijl o.a. het midden en kleinbedrijf rond 2007 in de problemen kwam. Het tijdig voorzien van recessies en i.h.a. omslagen in de economische ontwikkeling is dus van belang. Ook al omdat er anders, zoals ook nu, verkeerde maatregelen worden genomen.
Dat het CPB geen rekening houdt met de wet van toe en afnemende meeropbrengsten, en dat ook niet kan, komt tot uiting in de algebraïsche min of meer lineaire vergelijkingen die geschat worden met behulp van een overigens geperfectioneerde vorm van correlatierekening. Dat betekent, kort gezegd, dat het CPB rechte lijntjes analyseert en genereert, terwijl de economie een complex is van alles behalve rechtlijnige verbanden. Ja maar, zal een rechtgeaard econometrist zeggen, je kunt wel degelijk kromlijnige relaties schatten. Met behulp van logaritmen en afgeleide variabelen kom je inderdaad een eindje. Maar lang niet ver genoeg.
We beginnen als kwetsbare hulp behoevende borelingen, worden kleuter, schieten door de puberteit en stagneren in groei tussen de achttien en twintig. Daarna volgt een dalende fase die min of meer het spiegelbeeld is van de opgaande fase. En zo gaat het ook bij bedrijven, en zelfs bij oorlogsvoering.
Toe en afnemende meeropbrengsten tonen zich in golf bewegingen. Dat verschijnsel, voor WO2 belangrijk onderwerp van de Weense School, is na de oorlog door economen vrijwel volledig verwaarloosd. Dat er zoiets is als een conjunctuur komt nog wel ter sprake. Maar in de VS ken ik maar een paar economen die beseffen dat een aantal golven – ook die welke betrekking hebben op concrete bestedingscategorieën en o.a. de demografische structuur – relevant is, en in Nederland vormt Jaap van Duijn een eenzame uitzondering.
Dat die golfstructuren zich niet als zodanig tonen, komt doordat ze zich tegelijkertijd manifesteren. Daardoor ontstaat een resultante waarbij we, zoals in de muziek gebeurt, geen afzonderlijke grond en boventonen meer herkennen, maar getrakteerd worden op muziek. Of, in de economie, vaak verrast worden door tijdstip, snelheid en omvang van het totale resulterende verloop.
Wat we dus moeten doen is eerst op grond van cijfers de afzonderlijke golven bepalen en die vervolgens door superpositie: het per tijdstip bij elkaar op en aftrekken van de afzonderlijke golven – tot het totale patroon komen. In beginsel is dat niet moeilijk. Ook weten we dat de sinus van een hoek A, met het van 0 tot 180 graden doorlopen van die hoek A, een boog vormt die goed te gebruiken is als het bovenste deel van een golf. Omdat we veronderstellen dat de mensheid nog lang blijft bestaan, moeten we ons niet tot een sinus beperken, maar sinusoïden gebruiken: van de tijd afhankelijke sinusachtige variabelen. Die kunnen natuurlijk, ter verkrijging van verschillende amplitudes, golflengten en afwijkende golfpatronen, worden voorzien van verschillende coëfficiënten, machten, enz. Kortom, in beginsel is e.e.a. niet moeilijk.
Maar waar begint een golf? Welke bestedingscategorie past het beste bij een bepaald type golf? Waar en in welke mate wordt die golf verwrongen door allerlei factoren die op zich geen onderdeel van de oorspronkelijke golf zijn? Denk aan overheidsingrijpen door FED en ECB, maar ook aan verbeteren of beperken van inafrastructuur, gezondheidszorg enz. Daar komt bij dat de verschillende golven elkaar beïnvloeden en overeenkomst vertonen. Dat de omvang van de woningbouw en die van investeringen in vastgoed min of meer gelijk opgaan met de omvang van de bevolking zal niet verbazen. Maar iets anders en veel belangrijker is de samenstelling daarvan.
Ik beschouw de groeivoeten van veranderingen in de demografische samenstelling, naast de financiële perikelen, als één van de essentiële oorzakelijke factoren voor de stagnerende economie. Daarbij gaat het niet om de omvang: Singapore en Hongkong, kleine stadstaten, tonen een stabiel bloeiend bestaan. Maar de lage geboortecijfers in Europa en China drijven ons naar een stagnerend Japan. Over de grijze golf, voorzieningen voor pensioen en oude dag is al veel gezegd en gerekend. Maar een verschijnsel waarover je vrijwel niets hoort, is het feit dat de afnemende cohorten in de bevolking tussen twintig en pakweg vijfenvijftig jaar, niet alleen een negatieve invloed zullen hebben op het BNP, maar ook op de, voor iedere economie belangrijke, nationale consumptie. Mensen in die leeftijden hebben kinderen die ze moeten huisvesten, voeden, kleden enzovoorts. Typerend: in Japan stagneert de nationale consumptie al tientallen jaren.
Ik mis dan ook al heel lang, bij het CPB, maar eigenlijk in de hele wereld, een in een jaargangen geformuleerde productiefunctie voor die grootheid, waar het uiteindelijk om gaat: de mens. En zo’n functie die de procreatie weergeeft: vrouwen en mannen brengen kinderen voort – is veel eenvoudiger te construeren dan de vaak zeer inventieve productiefuncties voor kapitaal die al tientallen jaren vele modellen sieren. Met zo’n functie, gevoed door de consumptie- of spaarquoten per cohort, zouden we, vooraf, veel tijdiger inzicht kunnen krijgen in de vermogensontwikkeling, de behoefte aan onderwijs, specifieke gezondheidszorg en aansluitende woningbouw. Ook zouden we er mee kunnen aantonen dat – na aanpassingsproblemen – het opnemen van goed opgeleide vluchtelingen uit Syrië, Iran e.d. een zegen voor de Nederlandse economie zal zijn.
Ondertussen zullen de effecten van de processen uit de vorige alinea ook weer onderhevig zijn aan golfbeweging en hun invloed doen gelden. Een nauwkeurig uitgewerkt gedetailleerd golvenmodel gaat mijn krachten te boven, ook als ik geen 75 zou zijn. Maar als ik de belangrijkste golven: de lange Kondratieff, het verloop van de bevolking, van de investeringen in outillage en van duurzame consumptiegoederen op de omschreven manier bij elkaar optel, stemt mij dat zeker bij het ook al golfachtige uit de hand gelopen monetaire patroon, dat nu een daling kan gaan vertonen, al voor het einde van dit jaar somber.
Ondertussen zie ik twee mogelijkheden waardoor de ramp weer een poos wordt uitgesteld Wie behalve de krant ook de internationale statistieken bekijkt, ontgaat het niet dat verschillende landen goud verwerven en dat hun Centrale Banken aandelen aanschaffen. Dat laatste zou een aanzet kunnen zijn voor het zogenoemde helicopter geld, het stokpaard van Yellen’s voorganger: Bernancke die in Japan een willig oor vond.
Een andere mogelijke ontwikkeling zie ik in het feit dat Trump nogal geporteerd is van de gouden standaard. De redenen daarvoor liggen voor de hand. Hij wil niet alleen overheidsuitgaven voor de infrastructuur, wat zinvoller is dan alle geldschepping bij elkaar, maar ook voor defensie en Mexicanen pesten. Goud is schaars. Wordt dat basis van het Amerikaanse geldstelsel, dan zal de prijs van het schaarse goed drastisch stijgen. Afhankelijk van eventuele wijzigingen in de omloopsnelheid en het transactievokume, tot 5 mogelijk 10 maal het huidige niveau. De dollar zal dienovereenkomstig devalueren. De reële waarde van de overheidsschuld krimpt en de Amerikaanse lopende rekening zal via verbeterde exportmogelijkheden sterk verbeteren. Zo groeit de zoetgevooisde narcist tot het wereldwonder van de politiek. Want over een paar maanden loopt de termijn voor vier leden van de Board of Governors van de FED af. Trump heeft het recht vervangers te benoemen. Hij zal geen politieke vriendjes aanwijzen, denkt u.
Andere landen zullen op de dollar devaluatie reageren. Valutaoorlog ligt voor de hand. Ook al omdat zowel het helikoptergeld als de gouden standaard voortgaande sterke inflatie impliceren. Daardoor zullen nog sterker dan bij de QE de beurskoersen extreem kunnen stijgen. Wie gelooft dat er dus geen depressie komt, heeft niets geleerd van de Melkertbanen en de wanverhouding tussen omvangrijke overheidsschulden en de zeer beperkte, moeizaam toegenomen groei.
Uitstel – één á twee jaar hou ik voor mogelijk – is geen afstel. En natuurlijk kunnen mijn overwegingen worden afgedaan met de bewering dat het als-dan ideeën zijn. Maar het zijn reële mogelijkheden, geen fictie. Ik herinner mij van lang geleden, dat regeren vooruitzien is. Is het niet de taak van het CPB de regering van vooruitzichten te voorzien.
Is er dan geen redding mogelijk? Dat denk ik wel. Kijk naar de twee belangrijkste stromingen in de economische politiek: de bezuinigers en de stimuleerders. De bezuinigers willen de overheidsuitgaven terug schroeven, zo de begroting beter dekken. Dat zou de financiële verhoudingen kunnen verbeteren, maar verlaagt de vraag, de werkgelegenheid, daarmee de mogelijkheid belasting te betalen om tekorten te dekken. Aan de andere kant denken de stimuleerders vooral aan vergroting van de hoeveelheid krediet en geld, ter versterken van de vraag. Beide vormen van politiek hebben dus een goede en slechte kant: die voor de ene partij tegengesteld zijn aan die van de ander.
Dus: ‘compromis’ roepen politici en juristen, en geven daarmee degenen die ongelijk hebben gelijk. Beter, logisch juist is het beide positieve aspecten – zowel spaarzaamheid als stimulans – te behouden. Ik vertel niets nieuws door er op te wijzen dat het totaal van particuliere spaargelden tegen de 400 miljard groot is, en dat bij de financiële instellingen ruim het dubbele. Stel, uitsluitend als rekenkundig voorbeeld, dat we 5 procent van dat geld zouden besteden voor het dekken van begrotingstekorten, dan zouden we even vooruit kunnen. Maar daar ben ik geen voorstander van. Ik benadruk, in tegenstelling tot de veelvuldig eenzijdig en omvangrijk misbruikte monetaire politiek – die in recessies zelden effectief is – de betekenis van de reële sector: werk, productie, dienstverlening. Daar wordt het verdiend. Daar kan belasting uit worden betaald. We moeten dat wat we hebben, en niet een kunstmatig vergrote hoeveelheid geld, besteden aan zinvolle investeringen.
Daarbij moeten we ons – voor biotechnologie tot en met artificiële intelligentie – baseren op inzichten van zowel jonge ingenieurs, chemici e.d. als van ervaren ondernemers en economen. Voorkom fraude door niet het beleid, maar wel het correcte gebruik van middelen door een bekwame Kamercommissie, of de rekenkamer te laten controleren. Op die manier kunnen we binnen 5 a 10 jaar tot de economisch en technologisch sterkste landen van de wereld uitgroeien.
Maar waarom gebeurt dat dan niet?
Mentale luiheid, kortzichtigheid bij politici, en angstige onwetendheid bij de burger bepalen het gedrag. Menige spaarder zegt, ondanks de verwaarloosbare rente, ‘ja, wat moet ik anders’. Aandelen, laat staan opties en turbos zijn zelfs voor menig kamerlid boodschappen van de duivel. Dat is ook niet zonder risico. Ik wijs niet voor niets op de noodzaak van deskundige adviseurs. Geef voorlichting. Beloon degenen die een deel van hun geld besteden aan zinvolle investeringen met aftrek, bijv. v.d. vermogensbelasting.
In plaats daarvan lopen Fed, ECB en het gros van de economen weg met een geniale reclameposter: Keynesiaans beleid. Zij negeren het historisch herhaald gegeven zwartgallige bewijs van het ongelijk der inflatieverslaafden. Ik lees Keynes dan ook heel anders. Die had het nadrukkelijk over hoarding, oppotting, vastgeronnen geld dat weer losgetrokken, liquide beschikbaar moest worden gemaakt voor investeringen. Geld moet rollen. Dat is geen inflatie, maar circulatie.
Golvenmodel, jaargangen van de bevolking, gouden standaard, valuta en economische politiek. Het CPB heeft al dan niet in samenwerking met De Nederlandsche Bank genoeg te doen. Natuurlijk, beperkte capaciteit. Maar waarom lees ik dan dat er een kostenstudie is verricht n.a.v. het plastic afval. Milieu en grondstoffen zijn uiteindelijk misschien nog belangrijker dan de gewone economie, maar kunnen we rekensommen over plastic schillen en dozen niet over laten aan onze eigen briljante visionaire parkwacht Klaver?