Welke aandelen kies ik om opties op te schrijven

De optie schrijven duurt dertig seconden. Het selecteren is het werk. Dit zijn mijn vier regels, uitgeschreven, met een voorbeeld eronder.

1. Alleen op aandelen die ik ook zonder optie zou willen hebben

Word ik uitgeoefend, dan zit ik erin. Voor een geschreven put geldt: ik koop het aandeel tegen de uitoefenprijs, ook als het die dag lager staat. Voor een geschreven call: ik raak het kwijt tegen de uitoefenprijs, ook als het hoger staat.

De toets is één vraag. Zou ik dit aandeel op deze koers kopen als er geen premie tegenover stond? Is het antwoord nee, dan is de premie een vergoeding om iets te doen wat ik niet wil. Dat is geen strategie, dat is betaald worden om een fout te maken.

2. Volume in de serie, niet in het aandeel

Een aandeel kan miljoenen stuks per dag omzetten terwijl de optieserie die jij wilt er tien open interest heeft staan. Dan sta je alleen tegenover de market maker.

Wat ik kijk, in deze volgorde: staat er een bied- én een laatkoers, hoe ver liggen die uit elkaar, en hoeveel contracten staan er open. Een spread van ___ cent eet je premie op voordat je iets hebt verdiend. Je betaalt hem twee keer: bij het schrijven en bij het terugkopen.

Terugkopen is geen bijzaak. Elke geschreven optie die goed loopt wil je op enig moment sluiten. Kan dat niet tegen een fatsoenlijke koers, dan zit je vast tot de expiratie.

3. Weg bij cijfers en overnames

Een aandeel dat over twee weken kwartaalcijfers publiceert, geeft mooie premies. Die premie is er niet voor niets: de markt prijst een sprong in, en jij verkoopt precies die sprong.

Dus kijk ik voor het schrijven naar twee datums. Wanneer komen de cijfers, en loopt er een overnamebod of een gerucht. Valt de expiratie ná zo'n datum, dan sla ik die serie over. Dat kost me de hoogste premies van het jaar. Het bespaart me ook de grootste gaten.

4. Premie in procenten per maand, niet in euro's

150 euro premie klinkt hetzelfde op een uitoefenwaarde van 2.000 als op 20.000, en het is tien keer zo veel. Ik reken alles terug naar procenten per maand op de uitoefenwaarde, zodat twee series naast elkaar te leggen zijn.

Mijn ondergrens is ___% per maand. Daaronder loop ik het risico gratis: de kans op een grote beweging blijft even groot, alleen word ik er niet meer voor betaald.

Reken het uit

Vul in wat je voor één contract ontvangt. De uitkomst is vergelijkbaar met elke andere serie.

Het voorbeeld

De getallen hierboven zijn een put op een aandeel van rond de 50 euro. Je schrijft de put op 48, je ontvangt 0,85 per aandeel, de expiratie is over 45 dagen.

Wat er in dit voorbeeld mis kan gaan: het aandeel zakt naar 35. Je koopt op 48, je verlies is 1.215 euro, en de 85 euro premie dekt daar 7% van. Daarom staat regel 1 bovenaan en niet regel 4.

De volgorde

Regel 1 en 3 bepalen óf je schrijft. Regel 2 en 4 bepalen wélke serie. Wie begint bij de premie, komt altijd uit bij het aandeel dat hij niet wil hebben, vlak voor de cijfers, in een serie waar hij niet uit komt.

Terug naar Beursbox